Paalwormen: de eerste Faro participant in de klimaatverandering heeft zich gemeld.
Op Linkedin reageerde ik op het Platform Klimaat en Erfgoed. Over paalwormen en archeologisch erfgoed...
Bekijk je favoriete video's, luister naar de muziek die je leuk vindt, upload originele content e...
En bam, ineens viel daar een kwartje over Faro...
...niet in het minst dankzij een stevige verhuizing / verbouwing > check onze nieuw isolatiefolie in de video <, kwam er bij mij meer inzicht over wat we vorig jaar eigenlijk gevonden hebben in ons samenwerkingsproject 'Samen werken aan participatiemogelijkheden in de archeologie'.
We gingen op zoek naar knelpunten voor Faro en ontdekten dat de vrijstelling voor amateurarcheologie met de beste intenties toegevoegd*, maar toch te zuinig is ingebed om nog effectief te zijn onder (toekomstige) Faro regelgeving.
In de video leg ik het uit.
https://www.youtube.com/watch?v=WFA-MHP21lY
Aanvulling 26 februari:
Voor mij begint steeds meer voorop te staan dat we ook wat regelgeving betreft toe gaan naar multivocaliteit.
Dat zit in wezen nu ook al inhet doel van de regelgeving: archeologische verenigingen mogen naar de BEA enkel opgraven in al vrijgegeven gebieden. Uit memorie van toelichting: "De toenmalig minister van OCW sprak in dat debat uit dat zij de bestaande mogelijkheid open wil houden voor verenigingen van amateurarcheologen om zelfstandig te kunnen opgraven op locaties waar de archeologie niet behoudenswaardig is." Daarbij zegt het memorie dat " Er kan van amateurverenigingen niet worden verwacht dat ze aan dezelfde standaarden die gelden voor het verkrijgen van een certificaat kunnen voldoen."
Hier staat dus al dat er archeologisch onderzoek kan plaatsvinden met verschillende kwaliteiten. Wat mijn video en onderzoek met marjolijn daaraan toevoegt is dat de wetgever er (vermoedelijk) van uit ging dat archeologisch onderzoek maar één kwaliteitsschaal kent, die van de proceskwaliteit voor wetenschappelijk onderzoek in de AMZ, waarbij ik hier dan toevoeg dat er sprake is van verschillende kwaliteit, die niet te vergelijken zijn, met elk een eigen plek.
Als de burger inderdaad onder Faro ruimte krijgt voor haar eigen archeologiepraktijk, dan moet de professional haar eigen waarderingskaders voor (proces)kwaliteit ook durven loslaten en zich bewust zijn van dat wij - de profs- de vrijwilligers nooit kunnen evenaren in waar zij de nadruk leggen. Daar hebben wij geen invloed en zijn wij geen speler. Zo is het voor andere erfgoeddomeinen immers ook.
Met dank aan @marjolijn voor het meedenken en zoeken.
*Besluit Erfgoedwet en Archeologie, Staatsblad 2016 nr 155
Reacties
Interessante observatie. Ben benieuwd naar de reacties.
Helemaal goed Jobbe, vooral dat "het moet mogen verschillen" dwz de methodiek en kwaliteit van vrijwilligersarcheologie (BEA) t.o.v. de gecertificeerde systematiek (REA), volgens Faro-principes. Ik weet alleen niet heel zeker of het klopt, maar je 10-minuten YouTube-filmpje vind ik geweldig.
Precies en dan is 'of het klopt' m.i. afhankelijk van de laag waarop je kijkt. Ik denk dat veel van de kritieken op mijn/ons werk kan zijn 'maar zo was het niet bedoeld!'...En dat geloof ik ook wel, maar het kan tegelijk waar zijn dat het wel zo (uit)werkt. Ik zou willen dat een legal anthropologist eens naar de Erfgoedwet keek.
Jobbe, wat een echt goede bijdrage! In dit filmpje ! Dit geeft lucht, ruimte , beweging, gesprek, inspiratie, leven en zoals de intentieverklaring van ' Erfgoedveld op weg naar Faro' bedoeld is. Hier mee verder gaan.
Aangepast op 26 februari
Voor mij begint steeds meer voorop te staan dat we ook wat regelgeving betreft toe gaan naar multivocaliteit.
Dat zit in wezen nu ook al inhet doel van de regelgeving: archeologische verenigingen mogen naar de BEA enkel opgraven in al vrijgegeven gebieden. Uit memorie van toelichting: "De toenmalig minister van OCW sprak in dat debat uit dat zij de bestaande mogelijkheid open wil houden voor verenigingen van amateurarcheologen om zelfstandig te kunnen opgraven op locaties waar de archeologie niet behoudenswaardig is." Daarbij zegt het memorie dat " Er kan van amateurverenigingen niet worden verwacht dat ze aan dezelfde standaarden die gelden voor het verkrijgen van een certificaat kunnen voldoen."
Hier staat dus al dat er archeologisch onderzoek kan plaatsvinden met verschillende kwaliteiten. Wat mijn video en onderzoek met marjolijn daaraan toevoegt is dat de wetgever er (vermoedelijk) van uit ging dat archeologisch onderzoek maar één kwaliteitsschaal kent, die van de proceskwaliteit voor wetenschappelijk onderzoek in de AMZ, waarbij ik hier dan toevoeg dat er sprake is van verschillende kwaliteit, die niet te vergelijken zijn, met elk een eigen plek.
Als de burger inderdaad onder Faro ruimte krijgt voor haar eigen archeologiepraktijk, dan moet de professional haar eigen waarderingskaders voor (proces)kwaliteit ook durven loslaten en zich bewust zijn van dat wij - de profs- de vrijwilligers nooit kunnen evenaren in waar zij de nadruk leggen. Daar hebben wij geen invloed en zijn wij geen speler. Zo is het voor andere erfgoeddomeinen immers ook.
jw
Een beetje repeterende breuk Jobbe, want de "niet-behoudenswaardigheid" van archeologie (dwz van vermoede resten in de grond) wordt binnen systeem A vastgesteld, waarna de locatie naar systeem B verhuist, waar inderdaad ander kwaliteitsregimes kunnen heersen. Maar wat nou als stakeholders, zoals dat tegenwoordig heet, uit systeem B iets behoudenswaardig vinden? Dan terug naar A? Dan krijg je een eeuwige loop.
Aangepast op 27 februari
Beste Jobbe,
Ik heb jouw bijdrage gezien en zou, als je het goed vindt, graag enige nuance aanbrengen in het onderscheid tussen de linker- en de rechterkolom. De linker kolom valt onder de rechterkolom; zonder de BEA is de REA niet mogelijk. De BEA is eerder of gelijktijdig tot stand gekomen.
Ten aanzien van de opmerking dat er geen standaarden voor de AWN gelden, ligt wettelijk gezien iets anders. In het BEA is bepaald dat de AWN hieraan (cursief) moet voldoen:
''Een certificaathouder zorgt ervoor dat bij het verrichten van een opgraving de verrichte handelingen en aangetroffen archeologische vondsten worden gedocumenteerd, de vondsten worden geconserveerd en een rapport wordt opgesteld waarin de resultaten van de handelingen zijn beschreven'' als ook;
Een certificaathouder meldt de aanvang van een opgraving aan Onze Minister.
Binnen twee weken na voltooiing van de opgraving meldt een certificaathouder aan Onze Minister de eerste bevindingen.
Een certificaathouder conserveert de aangetroffen archeologische vondsten en draagt deze, alsmede de daarbij behorende opgravingsdocumentatie, binnen twee jaar na voltooiing van de opgraving over aan de eigenaar.
Binnen twee jaar na voltooiing van een opgraving legt een certificaathouder aan Onze Minister, aan de eigenaar en aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de opgraving heeft plaatsgevonden het rapport, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, over.
Onze Minister kan ontheffing verlenen van de voorschriften, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid, voor zover een certificaathouder in een geval redelijkerwijs niet in staat is aan een voorschrift te voldoen.''
Ze zijn, i.t.t. Universiteiten en Hogescholen (3.1. lid 4 BEA) , m.i. echter niet gebonden aan de KNA. Het rapport kan bijvoorbeeld anders ingestoken worden (doe vooral je eigen ding zou ik zeggen). Conservering is wel verplicht, maar hoe men conserveert weer niet. Men zou daarnaast een ontheffing kunnen vragen. Beter is, denk ik, dat men inziet dat zorgvuldig omgaan met de aangetroffen resten gewoon onderdeel is van het archeologische werk. Daarvoor kan je kijken naar wat er in de KNA staat.
Aangepast op 4 maart
Ha Koert
Dank voor je reactie. 'In het BEA is bepaald dat de AWN hieraan (cursief) moet voldoen', zeg je, maar is dat niet juist aan interpretatie onderhevig? De wet staat boven het BEA en zegt niet HOE er gerapporteerd moet worden. Dit laat volgens mij dus open dat er onder de wet op verschillende manieren gewerkt en gerapporteerd kan worden / niet dat alles onder REA noodzakelijk, of verplicht is, al is het wel handig als dat ook gezegd wordt. Volgens mij zou alleen jurisprudentie anders uitwijzen, maar laten we hopen dat die er nooit komt, want dan wordt de ruimte echt finaal uit de praktijk getimmerd.
In de praktijk is er ook verschil: amateur-opgraving wordt op afstand begeleid door medewerkers RCE, dacht ik, en die zijn dan (Gelukkig!) niet zo kritisch, overeenkomstig nota van toelichting BEA. Mocht jij echt gelijk hebben, dan zou ik dat acuut laten aanpassen als het aan mij lag.
Dat REA onder BEA valt kan ik niet terugvinden. Waar zie je dat?
Hartelijke groet
Jobbe
Aangepast op 4 maart
@riemerknoop Dag Riemer, je zou het aan een gemeentearcheoloog moeten vragen, bijvoorbeeld @channacs25.
Mijn gedachten/ waarneming: het terugkomen op een AMZ besluit in de RO ligt zo politiek lastig dat dit meestal niet gebeurt. Dus 'vrijgegeven blijft vrijgegeven' voor onderzoek (maar de vondsten zijn wel altijd eigendom staat).
Echter, als het HEEL bijzonder is wat die vereniging vindt, dan zou het rijk de gemeente inderdaad wel kunnen overrulen vermoed ik en dan is er inderdaad die gameloop die jij benoemd. (Kan iemand van RCE dit staven?) Dit is zeker de angst waardoor ontwikkelaars ook op vrijgegeven gebied geen amateur archeologen toelaten, want "ojee ze zullen iets vinden", al denk ik dus dat dit op onjuiste kennis van zaken berust, zie mijn eerste zin.
Toch is die angst m.i. één van de reden waarom het 'vrijgegeven gebied' uit het BEA voor een deel niet uitpakt, niet bestaat. Die gebieden zijn er niet, want gebieden worden alleen vrijgegeven na waardering, en waardering vindt alleen plaats bij ontwikkeling...dus dan is er al een planningpad: exit Faro archeologie.
Jobbe
Beste Jobbe,
De BAE kan je als een zelfstandige 'wet' begrijpen en geldt voor iedereen. De formele wetgever (Staten-Generaal) heeft de minister in de Erfgoedwet een bevoegdheid gegeven om dit te mogen doen. Jouw conclusie dat voor de AWN niet is geregeld hoe er gerapporteerd dient te worden, deel ik (zie mijn reactie hierboven). Voor certificaathouders geldt wel de KNA. Dit neemt echter niet weg dat amateurs zomaar hun gang kunnen gaan. Ook zij zullen op een of andere manier moeten documenteren hoe ze opgraven en wat er gevonden is. De vondsten moeten vervolgens (geconserveerd) overgedragen worden aan de eigenaar. Men kan een ontheffing van deze verplichtingen aanvragen bij de RCE.
Dat de REA onder de BEA valt, heeft te maken met bevoegdheden in wetten en regels en de hiërarchie daartussen. Vergelijk met mijn opmerking hierboven. Volgt bijv. uit 3.1 BEA:
Onze Minister wijst de richtlijn, bedoeld in artikel 5.5, onderdeel b, van de wet, aan.
Zonder deze bepaling, had de REA nooit aangewezen kunnen worden. In feite heeft de Minister, na advies ingewonnen te hebben bij de Raad van State en dit voorgelegd te hebben in de ministerraad, gesteld dat de Minister zelf bevoegd is om een richtlijn aan te wijzen. De Minister had ook kunnen delegeren naar bijv. de Gedeputeerde Staten van Limburg. Helaas voor hen is de bevoegdheid bij de Minister gebleven.
Ik had ook gereageerd op een andere post van jou, waarin ik aangeef dat de wetgever juist een zeer open definitie hanteert. Zoals ik deze definitie begrijp, zouden daar zelfs leylijnen (om maar iets te benoemen) onder kunnen vallen.
Het blijft fascineren dat wij hier allemaal dagelijks archeologie leven en met elkaar toch in debat zijn over hoe je die regelgeving moet begrijpen, niet? ;-) Het lijkt wel genesis 1. ;-)
Ha @koertsalomons, over dat laatste: ja die definitie in de wet is open, tot je een vraag stelt en dat gaatie dicht. (ik heb mijn post aangepast, dus dat stukje is er nu uit). Het sluiten gebeurt dus inderdaad in de praktijk. Daarom was mijn zandbakproject zo leuk om te doen. Zie https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2684
Er zijn heel veel mensen die (informeel) op die opgraving in een zandbak reageerden met 'maar natuurlijk is dat niet verboden, dat spreekt toch voor zich?' maar dat is dus niet waar. Een opgraving in een jaren 70 zandbak is alleen legaal zolang niet niet vraagt of die legaal is. Dat is een verschil met leylijnen: die kun je niet opgraven, noch aantonen, dus daar kan artikel 5.1 nooit op van toepassing zijn. Wel de Erfgoedwet! En dat moet ook, want als je erfgoed alleen afbakend op basis wetenschappelijke feitelijkheid van dat erfgoed ben je een monster dat uiteindelijk zichzelf opvreet en de hele wereld erbij. ;-)
Jobbe
Aangepast op 4 maart
@koertsalomons Dag Koert,
"Dat de REA onder de BEA valt, heeft te maken met bevoegdheden in wetten en regels en de hiërarchie daartussen. "
Dank! heb het gevonden.
Je zegt ook: " Men kan een ontheffing van deze verplichtingen aanvragen bij de RCE. "
Waar is dat in de regels verankerd?
Jobbe
Beste Jobbe,
Artikel 2.3 lid 4 BEA, in samenhang met artikel 5.6 lid 5 Erfgoedwet.
Dit dient door de RCE per opgraving te worden beoordeeld.
Aangepast op 4 maart
Artikel 5.6.5 "Redelijkerwijs niet in staat is...."
haha, nee joh, dat kunnen ze wel, ze moeten het alleen niet WILLEN omdat het niet in hun (erfgoed)belang is. ;-)
Reactie op Joppe:
Er is een verschil in wie de regie heeft. Bij burgerprojecten is er een andere aanleiding, vaak nieuwsgierige vragen die leiden naar uit- en onderzoeken en 'naar bevind van zaken ' verder handelen.
Hier heeft niet de archeologie-professional de regie, maar kan er bij gevraagd worden om vanuit zijn/haar professie een aandeel te leveren in het verhelderen en wat eventueel bijgedragen kan worden aan het gaan beantwoorden van de gerezen vragen. En ook kan wijzen of andere disciplines dan de archeologische daaraan mee zouden kunnen werken (vrijwilligers of bepaalde professies).