Door Halima el Hajoui-Özen, trainer, adviseur, journalist, verbinder en oprichter van De Inclusiefabriek.
Wat is cultureel erfgoed eigenlijk? En misschien nog belangrijker: wie bepaalt dat? Die vragen laten me de laatste tijd niet los. Hoe vaker ik het woord hoor, hoe minder vanzelfsprekend het voor me wordt. Want wat bedoelen we eigenlijk als we het over erfgoed hebben? Is het iets dat we in steen hebben vastgelegd? Iets juridisch, iets tastbaars, iets wat beschermd moet worden omdat het oud is? Of is het een gevoel, een manier van leven, een verhaal dat van generatie op generatie wordt doorgegeven?
Het woord erfgoed heeft voor mij ook een wrange bijsmaak gekregen. Alsof het vooral iets is van en voor de mensen met privileges. Monumenten voor belangrijk gemaakte mensen. Stenen die een verhaal vertellen van iets dat is ‘goedgekeurd’. Maar het slaapliedje van mijn oma dat generatie op generatie wordt doorgeven, de gandora van mijn moeder, vallen die daar ook onder? En als ze net zo waardevol zijn, waarom krijgen ze dan geen plek, geen erkenning, geen sokkel?
Tijdens een bijeenkomst over cultureel erfgoed waar ik een tijdje terug was, liep de spanning hoog op. Aan de ene kant stonden de experts: erfgoed als iets dat beoordeeld wordt door kenners, vastgelegd, gewaardeerd soms zelfs in geld. Aan de andere kant klonk een ander geluid: erfgoed als iets dat van ons allemaal is. Iets dat leeft in gemeenschappen, in verhalen, in herinneringen die niet altijd tastbaar zijn.
Daar kwam de vraag die voor mij bleef hangen: maak je erfgoed sterker door het te labelen, bijvoorbeeld met een UNESCO-status, of maak je het juist kwetsbaar? Dwingen we toekomstige generaties om onze blik op waarde over te nemen? En is dat niet, hoe goed bedoeld ook, een vorm van eigenaarschap die eigenlijk te klein is voor iets dat van iedereen zou moeten zijn?
Want laten we eerlijk zijn: wat we vandaag erfgoed noemen, is lang bepaald door een relatief kleine en selecte groep. Vaak gaat het over materieel erfgoed: stenen, objecten, gebouwen. Terwijl een groeiende groep mensen zegt: mijn erfgoed zit in verhalen, in rituelen. In wat ik meedraag maar niet kan vastpakken. Maar hoe weeg je dat? En belangrijker: wie krijgt de ruimte om dat te laten zien?
Wat me misschien nog het meest frustreert, is dat zelfs áls we willen vernieuwen, we blijven werken binnen oude systemen. We proberen nieuwe verhalen te vertellen, maar moeten ze alsnog in bestaande malletjes gieten om ze erkend te krijgen. Alsof je iets vloeibaars eerst moet laten stollen voordat het serieus genomen wordt. Terwijl de kracht juist zit in die beweging, in die flexibiliteit.
Dus blijf ik mezelf dezelfde vragen stellen. Wat verstaan we onder erfgoed? Zijn we bereid om die definitie los te laten, op te rekken, misschien zelfs opnieuw te bouwen? Kunnen we accepteren dat erfgoed niet alleen gaat over wat was, maar ook over wat wordt? Over de verhalen die we nu vormen, voor later?
Voor mij is één ding duidelijker geworden: erfgoed heeft alles te maken met diversiteit en inclusie. Diversiteit omdat we allemaal anders kijken, anders waarderen, andere betekenissen geven. Inclusie omdat het niet alleen gaat om gezien worden, maar ook om eigenaarschap. Om mee mogen beslissen over wat telt en hoe dat wordt vastgelegd. En misschien ligt daar wel de kern. Niet in de vraag wat erfgoed is, maar in de vraag wie er mag bepalen wat ertoe doet.
Heeft mijn column jou geïnspireerd en wil jij ook je stem laten horen? Tot 21 april kun je laten weten waar het erfgoedveld de komende jaren volgens jou op moet inzetten in de volgende fase in de uitvoering van het Verdrag van Faro: https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/faro-denk-mee.