Vondsten on Tour: Drenthe's Depotavontuur

  • 1 jul
  • Karla de Roest
  • 3
  • 204
  • Machteld Linssen
Karla de Roest
Prikbord 2024
  • Marc Kocken
  • Dorothee Olthof
  • Evert van Ginkel
  • Machteld Linssen

Dit is een initiatief van: Hunebedcentrum, Borger
Contactpersonen: Karla de Roest, Harrie Wolters, Fred van den Beemt,
Correspondentieadres: kderoest@hunebedcentrum.nl

Samen brengen we objecten en verhalen uit het verleden terug naar hun vindplaats

Inleiding

Na een archeologische opgraving verdwijnen de meeste gevonden voorwerpen in het depot. In het geval van Noord-Nederland staat dat archeologisch depot in Nuis. In andere provincies staat een depot meestal in de bewuste provincie. In bijna alle gevallen blijven de voorwerpen hier voor zeer lange tijd staan, waarbij de vondstlocatie leeg achterblijft, zonder verdere informatie.Vaak is er dan ook op de oorspronkelijke vondstlocatie niets meer terug te vinden van het oorspronkelijke verhaal. De plekken zijn veranderd in woonwijken, industrieterreinen of andere hedendaagse bebouwing. Maar weinigen weten welke verhalen onder al dat beton, steen en asfalt schuil gaan.

Met bovenstaande als uitgangspunt willen het Hunebedcentrum (tevens Archeohotspot), het Archeologisch depot in Nuis, het GIA (Groninger Instituut voor Archeologie), de DPV (Drents Prehistorische Vereniging) en de AWN (Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie) een project ontwikkelen waarmee de vondsten en bevindingen tijdelijk terug keren op de vondstlocatie. Dit project, uitgevoerd in de provincie Drenthe, kan gezien worden als een pilotproject. Met de bevindingen van het project kan het uitgerold worden naar andere provincies.

In de provincie Drenthe liggen 12 gemeenten. In iedere gemeente wordt een programma ontwikkeld voor 3 maanden. Hiervoor wordt per gemeente een werkgroep opgericht waar de deelnemende organisaties en geïnteresseerden uit de desbetreffende gemeente in zitten. De werkgroep bepaalt welke opgraving centraal komt te staan, welke objecten in de pop-up expositie komen en welke activiteiten en producten worden ontwikkeld. De inhoud en randprogrammering van de tijdelijke tentoonstelling wordt iedere keer anders, want deze wordt immers grotendeels bepaald door de geïnteresseerden/inwoners van de desbetreffende gemeente.

Nadat in ieder van de 12 gemeenten een programma is ontwikkeld en uitgevoerd, kunnen we meten wat heeft gewerkt en wat niet. Hiermee hebben we dan een best practice model ontwikkeld dat ook in andere provincies/gebieden bruikbaar is.

Met dit project willen we bewustwording creëren voor? de geschiedenis van een ‘vergeten’ locatie en draagvlak creëren voor archeologie en erfgoed, ook in bredere context.

Projectomschrijving

Het tentoonstellingsformat blijft steeds gelijk, zodat het project eenvormig en daarmee herkenbaar is. Aan deze pop-up exposities van ongeveer drie maanden worden blijvende producten gekoppeld, zoals bijvoorbeeld gps-wandelingen en fietsroutes, of artikelen die op lokaal georiënteerde websites geplaatst worden (en op www.hunebednieuwscafe.nl). De invulling van alle denkbare randprogrammering zal aangestuurd worden door lokale vertegenwoordigers (bewoners, historische verenigingen etc.).

Het project is geïnitieerd vanuit het Hunebedcentrum (tevens Archeohotspot) en wordt uitgevoerd in samenwerking met partners in het werkveld, waarvan het depot in Nuis, het Groninger Instituut voor Archeologie, De AWN en de Drents Prehistorische Vereniging de belangrijkste zijn. Op gemeentelijk niveau wordt samenwerking gezocht met inwoners, lokale historische verenigingen, bibliotheken en buurthuizen, scholen en cultuurcoaches, en het gemeentelijk apparaat. Deze vormen per gemeente een werkgroep, waarbij de initiatiefnemer zal fungeren als aanjager. Het project zal voor het betrekken van scholen aansluiten bij het canon-onderwijs.

Samen willen we de geschiedenis terugbrengen naar de originele vindplekken. Dit maakt de archeologie niet alleen levend voor geboren en getogen Drenten, maar juist ook voor nieuwkomers, omdat zij kennis kunnen maken met de geschiedenis van de plek waar zij nu wonen. Dit leidt tot een verbinding waarbij ruimte is voor ieders verhaal.

Per gemeente wordt door studenten van het GIA en (vrijwillige) medewerkers van de AWN, het depot in Nuis en de DPV een lijst gemaakt met interessante opgravingen van de laatste 100 jaar. Dit voorwerk is zeer geschikt voor stagiaires van het Groninger Instituut voor Archeologie/RUG. Daarna kiest de lokale werkgroep de opgraving waarmee verder wordt gegaan. De inhoud van de twaalf tentoonstellingen wordt bepaald door de lokale deelnemers, net als de randprogrammering.

De kerntaken van de professionele organisatie(s) zijn, ten eerste, het voorleggen van vooronderzoek naar de inwoners, zodat zij een weloverwogen keuze kunnen maken uit de archeologische opgravingen die in hun gemeente hebben plaatsgevonden. Ten tweede is het de taak van de initiatiefnemers van dit project om de inhoudelijke kwaliteit te bewaken. Enerzijds moet er ruimte zijn voor eigen inbreng en meerdere interpretaties, anderzijds is het de taak van de projectleiders om te zorgen dat de tentoonstelling goed weerspiegelt wat de huidige archeologische stand van zaken is. Kortgezegd, het bewaken van de inhoudelijke kwaliteit. Tot slot, faciliteren de initiatiefnemers de inrichting van de expositie vanuit hun expertise in tentoonstellingsbouw. Hierbij wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met bereikbaarheid op zowel fysiek als digitaal gebied.

Het Hunebedcentrum is een geregistreerd museum dat zich richt op het ontsluiten van informatie voor gevarieerde (doel)groepen op verschillende manieren. Daarnaast beweegt het museum zich op nog acht platforms (zie: https://www.hunebedcentrum.eu/wp-content/uploads/2023/09/Brochure-Hunebedcentrum-web.pdf). Als maatschappelijk verantwoorde ondernemer (code diversiteit en inclusie; gouden certificaat Greenkey) die werkplekken aanbiedt aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, is het Hunebedcentrum zich zeer bewust van haar positie als speler in het sociale domein.

Deelnemende partijen en structuur van de samenwerking

Het Hunebedcentrum is projectleider en zal haar kennis omtrent het maken van exposities inzetten. Daarnaast zorgen de archeologen voor inhoudelijke inbreng. Ook de ervaring van randprogrammering zoals het maken van presentaties en educatieve programma’s zal worden ingezet. Het Hunebedcentrum zal zorgen voor afstemming met alle partijen en zal zorg dragen voor het eindresultaat.

Het archeologisch depot in Nuis denkt mee in de keuze van de opgraving met bijbehorende vondsten. Zij zullen helpen met het beschikbaar stellen van de objecten en zorg dragen dat ze zorgvuldig in de vitrines geplaatst worden.

Het Groninger Instituut van Archeologie zal (in samenwerking met het depot in Nuis) meedenken in de keuze van de opgraving met bijbehorende vondsten. Ook zal het instituut zorg dragen voor de inzet van studenten voor het meehelpen bij het realiseren van de exposities. Studenten doen (voor)onderzoek, helpen mee met het schrijven van de infoteksten en het maken van de randprogrammering in de vorm van filmpjes, de routes enz.

De historische verenigingen, of vergelijkbare lokale organisaties, helpen mee met de realisatie van de expositie. Dit gebeurt door inhoudelijk inbreng, het zoeken naar de meest interessante opgravingslocaties, het mee helpen zoeken naar de locaties van de exposities en zorg dragen dat de exposities worden gedragen door de lokale inwoners.

De DPV en AWN helpen mee door vrijwilligers woonachtig in de desbetreffende gemeenten in te lichten over het project en te vragen of ze deel willen nemen in de werkgroepen.

Lokaal worden via wervingscampagnes geïnteresseerden gevraagd onderdeel te worden van de werkgroep en mee te denken, keuzes te maken, activiteiten te organiseren en meer

Een ideeënlijst opgesteld via de ‘erfgoedprikken’-methode (Erfgoedacademie) helpt bij het keuzemoment. De expertise op het gebied van marketing, tentoonstellingsinrichting en archeologische kennis wordt vanuit het Hunebedcentrum geboden.

Beoogde resultaten

De hoofddoelstelling is een project ontwikkelen en uitproberen waarmee de archeologische vondsten en bevindingen van opgravingen, die lang geleden hebben plaatsgevonden, tijdelijk terug te laten keren op de vondstlocatie. De opgravingslocatie, de pop-up expositie en de randprogrammering wordt ontwikkeld in een samenwerking tussen organisaties en geïnteresseerden die wonen in de desbetreffende gemeente. Met de bevindingen van het project kan het uitgerold worden naar andere provincies.

Een belangrijke uitkomst wordt het (pre)historische besef over behoud en bescherming van (on)zichtbaar erfgoed, anderzijds om nut en noodzaak van zorgvuldige omgang met ons ondergronds archief inzichtelijk te maken. Dit laatste geldt zowel in situ als ex situ, waarbij uiteraard de hoop en verwachting is dat het project leidt tot het (alsnog) aanmelden van particuliere vondsten, zodat deze opgenomen kunnen worden in de PAN registratie.

Het project krijgt een slotmanifestatie waarvoor alle betrokkenen worden uitgenodigd. Deze manifestatie kan dienen als startschot voor de andere provincies en hun depots in Nederland. Het project als geheel, met een evaluatie en procesbeschrijving vormt dan een pilot-study voor de rest van Nederland en haar overzeese gebieden. Naast een slotmanifestatie zal er een eindrapport worden opgeleverd waar de bevindingen en tips in komen te staan voor anderen.

Opgesomd:

  • 12 lokale werkgroepen in combinatie van vrijwilligers en professionals
  • 12 lokale exposities
  • 12 x een activiteitenprogramma (activiteiten en producten)
  • 1 slotmanifestatie waar de resultaten worden besproken met conclusies
  • 12 onderzoeken naar potentiële vondstplekken/archeologische opgravingen per gemeente
  • Blijvende kennisvermeerdering in de 12 gemeenten, deelnemers aan de werkgroepen en professionele organisaties (bijv. over het werken met vrijwilligers)
  • Tientallen artikelen over de exposities en activiteiten/producten
  • 1 eindrapport met bevindingen en tips voor anderen om een vergelijkbaar project op te zetten
  • Versterking van de Archeohotspot Hunebedcentrum

Financiering

De financiering wordt een mix van inbreng eigen uren van de professionele organisaties, (Hunebedcentrum, depot in Nuis en GIA/RUG), de provincie Drenthe, het wetenschappelijk fonds DPV en een bijdrage vanuit de Faro Uitvoeringsagenda. Naast de financiering door de professionele organisaties worden veel uren ingezet door vrijwilligers. Deze zullen in beeld worden gebracht gedurende het project.

Reacties

3 reacties, meest recent: 16 juli
  • Op grond van jarenlange ervaring met de meeste van de samenwerkende instellingen en organisaties vind ik dit een veelbelovend, uitdagend project, dat een voorbeeldfuunctie kan hebben voor publieksarcheologische initiatieven en activiteiten elders. Het verenigt sterke regionale spelers met een lange en stevige traditie van onderzoek (GIA), dienstverlening (NAD Nuis), publiekspresentatie (Hunebedcentrum), educatie en outreach (Hunebedcentrum, AWN, DPV), die bovendien al vaak in allerlei verbanden hebben samengewerkt. Het kan lokale initiatieven stimuleren en een breder publiek aanspreken dan de `vaste klantenkring' van de archeologie, juist door de rijke, diverse en verbeeldbare onderwerpen die het verleden van Drenthe biedt. Het is mooi, zij het niet verrassend (want ook volgens traditie) dat de provincie Drenthe zich hier achter stelt. Hunebedcentrum en GIA hebben bewezen steeds met iets nieuws, aansprekends en toch ook inhoudelijk verantwoords in het nieuws te komen. Noem me bevooroordeeld, maar ik kan niet anders... het zal moeite vergen om een krachtiger set spelers met een doortimmerder plan op het veld te krijgen. Veel succes gewenst!

    Evert van Ginkel
  • Mooi plan! Het Rijksmuseum van Oudheden is een dergelijk project aan het uitvoeren op dit moment: topvondsten worden tijdelijk in hun plaats van oorsprong tentoongesteld. Misschien een idee om ervaringen met het RMO uit te wisselen?

    Dorothee Olthof
  • Inderdaad een mooi plan! 🫶 Handen In Hartvorm Emoji — Betekenis en GebruikIk schaar me achter de lovende woorden van Evert en zie uit naar de (tussentijdse) opbrengsten omdat we bij Erfgoed Zeeland vanuit een gewenste mobiele Archeohotspot ook een dergelijk idee hebben.
    Goed te weten dat het RMO momenteel een vergelijkbaar project uitvoert! Dank Dorothee.

    Marc Kocken

Trefwoorden