Door Ineke Strouken, adviseur en spreker over immaterieel erfgoed. Ineke heeft 32 jaar als directeur leidinggegeven aan het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland.
Het klinkt sympathiek, bijna vanzelfsprekend: erfgoed is van iedereen. Maar wie een gemiddelde erfgoedinstelling binnenloopt, ziet al snel dat die belofte nog lang niet is ingelost. Het Verdrag van Faro legt precies de vinger op die zere plek. Erfgoedzorg moet democratischer, inclusiever en meer gericht op samenwerking. De vraag is alleen: aan welke knop durven we echt te draaien?
Laat ik beginnen met een ongemakkelijke waarheid: erfgoed wordt nog te vaak bepaald door een kleine groep experts. Zij beslissen wat bewaard blijft, wat beschermd wordt en - impliciet - wat vergeten mag worden. Dat model heeft ons veel gebracht, maar het schuurt steeds meer met een samenleving die diverser, mondiger en veranderlijker is. Als erfgoed werkelijk van iedereen is, dan moet ook iedereen invloed kunnen uitoefenen op wat we erfgoed noemen.
De eerste knop waar ik aan zou willen draaien, is die van zeggenschap. Niet alleen inspraakavonden organiseren, maar daadwerkelijk macht delen. Dat betekent dat bewoners, gemeenschappen en zelfs toevallige gebruikers van een plek mede bepalen wat waardevol is. Niet als symbolische geste, maar als uitgangspunt. Een buurthuis, een moskee of een skatepark kan net zo goed erfgoed zijn als een grachtenpand - mits mensen er betekenis aan geven.
Gildebroeders werken met een museummedewerker aan het waarderen van hun erfgoed. Foto Ineke Strouken.
Daarmee raken we aan een tweede noodzakelijke verschuiving: van statisch naar dynamisch denken. We behandelen erfgoed nog vaak alsof het in steen gebeiteld is. Wat eenmaal op een monumentenlijst staat, blijft daar bij voorkeur voor eeuwig. Maar erfgoed leeft alleen als het blijft bewegen. De benadering van het UNESCO-verdrag voor Immaterieel Erfgoed laat zien dat het anders kan: tradities mogen verdwijnen, veranderen en opnieuw ontstaan. Waarom passen we die flexibiliteit niet ook toe op gebouwen, collecties en landschappen?
Ik zou daarom pleiten voor een parallel systeem: naast de ‘eeuwige’ erfgoedlijsten ook tijdelijke, dynamische lijsten. Lijsten die meebewegen met de tijd, waarin ruimte is voor experiment en actualiteit. Erfgoed dat nú betekenis heeft, zonder de verplichting dat het dat over honderd jaar nog moet hebben. Dat maakt erfgoedzorg niet alleen relevanter, maar ook toegankelijker voor nieuwe groepen.
Jonge gildebroeders trots op de tentoonstelling die ze zelf in het museum in Oirschot hebben ingericht. Foto Ineke Strouken.
Een derde knop is die van nabijheid. Erfgoedbeleid wordt nog te vaak op afstand gemaakt: nationaal, institutioneel, abstract. Terwijl betekenis juist lokaal ontstaat. In wijken, dorpen en steden, waar mensen hun dagelijks leven leiden. Als we erfgoed inclusiever willen maken, moeten we het ook kleinschaliger organiseren. Geef lokale initiatieven ruimte, vertrouwen en middelen. Niet alles hoeft langs grote instellingen of landelijke kaders.
Maar misschien wel de belangrijkste knop is die van het gesprek. Erfgoed is geen neutraal bezit; het kan verbinden, maar ook uitsluiten en pijn doen. Verschillende groepen hechten waarde aan verschillende verhalen, en die verhalen botsen soms. Dat is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een realiteit die erkend moet worden. Erfgoedprofessionals zouden minder moeten sturen op consensus en meer op dialoog. Niet één verhaal centraal stellen, maar ruimte maken voor meerdere perspectieven naast elkaar.
Wat ik hoop voor de komende jaren, is dat we de moed vinden om controle los te laten. Dat we accepteren dat erfgoed rommelig, veranderlijk en soms tegenstrijdig is. En dat juist daarin de kracht ligt. Het Verdrag van Faro is geen technische handleiding, maar een uitnodiging om anders te denken.
Als we echt willen dat erfgoed van iedereen is, moeten we stoppen met het alleen maar te zeggen. Dan moeten we het organiseren, delen en soms zelfs uit handen geven. Pas dan wordt erfgoed niet alleen iets wat we bewaren, maar iets wat we samen maken en delen.