Van handhaving naar verbinding: hoe de archeologische meldplicht burgers kan betrekken

  • gisteren
  • Anton Cruysheer
  • 33
  • Profielfoto van Faro-team
Profielfoto van Anton Cruysheer
Voor iedereen
  • Profielfoto van Faro-team

Door Anton Cruysheer, landelijk programmaleider van Portable Antiquities of the Netherlands (PAN).

Gelet op het Faro-programma, moet het erfgoedveld de komende jaren een omslag maken van handhaving naar verbinding: de wettelijke meldplicht voor archeologische bodemvondsten bijvoorbeeld moet transformeren van een administratieve last naar een instrument voor maatschappelijke participatie. Is de huidige archeologische praktijk nog wel houdbaar als professionals en overheden zich steeds vaker terugtrekken in en vasthouden aan verboden, terwijl de passie voor het verleden bij burgers juist bloeit?

De weerbarstige praktijk
Veel archeologische vondsten worden gedaan buiten de professionele kaders: door burgers in de tuin, sportduikers, vuursteenzoekers en metaaldetectoristen. Hoewel de Erfgoedwet een meldplicht voorschrijft en platforms zoals PAN (Portable Antiquities of the Netherlands) de samenwerking zoeken en de documentatie faciliteren, is de praktijk weerbarstig. Veel archeologen zoeken en onderhouden in de praktijk weinig contact met vinders en overheden stellen steeds meer verboden (APV’s) in, waardoor het zoeken en daarmee de toegang tot het erfgoed wordt geblokkeerd. Dit werkt averechts voor de bereidheid om vondsten te melden, staat kennisuitwisseling en samenwerking in de weg, wat schadelijk is voor de wetenschappelijke kennisvorming over het verleden.

Een breder blikveld
Om de doelstellingen van het Verdrag van Faro te behalen - meer betrokkenheid, toegang en bewustzijn - is een verbreding van het blikveld noodzakelijk. De focus moet verschuiven van regelgeving en handhaving naar het centraal stellen van de vinder. Wanneer we niet vertrekken vanuit de archeologische discipline, maar vanuit de passie voor het verleden, ontstaat een ander perspectief op zaken als sportduiken, metaaldetectie, vuursteen zoeken en particuliere verzamelingen.

De hobby's en passie van deze groepen mensen kunnen dan anders worden bekeken. Het is niet zozeer een zoektocht naar objecten; het is een specialisme, een sport en een sociale activiteit die mensen van alle leeftijden, geslacht, achtergrond en opleidingsniveau bij elkaar brengt. Naast het plezier draait het ook om herinneringen, waarbij de waarde zit in:

  • Emotionele betekenis: het tastbare contact met objecten van honderden of duizenden jaren oud.
  • Welzijn: de bijdrage aan de mentale en fysieke gezondheid en sociale cohesie binnen zoekgemeenschappen.
  • Kennisdeling: het onderling uitwisselen van verhalen en ervaringen die ons cultureel besef en verbondenheid versterken.

Voorstel
Een moderne invulling van de meldplicht erkent zowel de archeoloog als de vinder als gelijkwaardige partners in de zorg voor ons erfgoed. Door archeologische objecten tevens als sociale objecten te definiëren, creëren we maatschappelijke meerwaarde die verder gaat dan de regels en de database en waarbij zoiets als sportduiken en de metaaldetectorhobby juist iets kan zijn om te koesteren. Dit kan bijvoorbeeld door de contacten met de vinders én tussen de vinders te intensiveren. In plaats van ‘top-down’ kan dan beter sámen met hen worden nagedacht over hoe handhaving er uit zou kunnen zien en hoe excessen kunnen worden bestreden. Dit kan ook door mensen te vragen naar wat zij zelf graag onderzocht willen zien en vondstoproepen plaatsen voor specifieke objecten, zodat vinders en melders actief bijdragen aan onderzoek en daar ook weer een leuke terugkoppeling van krijgen. Dat werkt veel meer stimulerend om te melden dan een vondstmelding waarvan je niet weet of, wanneer en door wie er ooit iets mee wordt gedaan. Samen maken we dan nieuwe verhalen van het verleden.

Praktische uitwerking
Andere ideeën zijn om actief kennis met vinders te delen en hen uit te nodigen vragen te stellen aan beroepsarcheologen. Door communitydagen te organiseren waar de nieuwste snufjes worden gedeeld, zoals 3D-fotografie en onderzoektechnieken, wordt stilgestaan bij recente vondsten en hun vinders, en wordt gebrainstormd over concrete onderzoeksvragen.

Daarnaast kunnen bepaalde vinders worden betrokken als vondstspecialist, omdat zij voor bepaalde vondstcategorieën dusdanig veel kennis hebben opgebouwd dat die de kennis van veel archeologen ontstijgt. Concreet betekent dit dat de rol van PAN wordt uitgebreid van vondstregistrator naar netwerkverbinder, om mensen en gemeenschappen aan elkaar te verbinden, kennis te delen en samen te werken. Bijvoorbeeld door thematische communities te vormen rondom tijdperken (steentijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen) of specifieke disciplines (sportduiken, metaaldetectie en numismatiek).

Participatie, kennisuitwisseling en waardering leiden tot betere zorg voor en omgang met het erfgoed. Durven wij het aan om de controle (meer) los te laten en de vinder de erkenning te geven die nodig is voor een werkelijk participatief erfgoedbeleid? En heb je aanvullende ideeën voor participatie en kennisuitwisseling?

Heeft mijn column jou geïnspireerd en wil jij ook je stem laten horen? Tot 21 april kun je laten weten waar het erfgoedveld de komende jaren volgens jou op moet inzetten in de volgende fase in de uitvoering van het Verdrag van Faro: https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/faro-denk-mee.

Trefwoorden