Van handhaving naar verbinding: hoe de archeologische meldplicht burgers kan betrekken

  • 7 apr
  • Anton Cruysheer
  • 4
  • 319
  • Profielfoto van Faro-team
Profielfoto van Anton Cruysheer
Voor iedereen
  • Profielfoto van Jobbe Wijnen
  • Profielfoto van Godfried Puts
  • Profielfoto van Faro-team

Door Anton Cruysheer, landelijk programmaleider van Portable Antiquities of the Netherlands (PAN).

Gelet op het Faro-programma, moet het erfgoedveld de komende jaren een omslag maken van handhaving naar verbinding: de wettelijke meldplicht voor archeologische bodemvondsten bijvoorbeeld moet transformeren van een administratieve last naar een instrument voor maatschappelijke participatie. Is de huidige archeologische praktijk nog wel houdbaar als professionals en overheden zich steeds vaker terugtrekken in en vasthouden aan verboden, terwijl de passie voor het verleden bij burgers juist bloeit?

De weerbarstige praktijk
Veel archeologische vondsten worden gedaan buiten de professionele kaders: door burgers in de tuin, sportduikers, vuursteenzoekers en metaaldetectoristen. Hoewel de Erfgoedwet een meldplicht voorschrijft en platforms zoals PAN (Portable Antiquities of the Netherlands) de samenwerking zoeken en de documentatie faciliteren, is de praktijk weerbarstig. Veel archeologen zoeken en onderhouden in de praktijk weinig contact met vinders en overheden stellen steeds meer verboden (APV’s) in, waardoor het zoeken en daarmee de toegang tot het erfgoed wordt geblokkeerd. Dit werkt averechts voor de bereidheid om vondsten te melden, staat kennisuitwisseling en samenwerking in de weg, wat schadelijk is voor de wetenschappelijke kennisvorming over het verleden.

Een breder blikveld
Om de doelstellingen van het Verdrag van Faro te behalen - meer betrokkenheid, toegang en bewustzijn - is een verbreding van het blikveld noodzakelijk. De focus moet verschuiven van regelgeving en handhaving naar het centraal stellen van de vinder. Wanneer we niet vertrekken vanuit de archeologische discipline, maar vanuit de passie voor het verleden, ontstaat een ander perspectief op zaken als sportduiken, metaaldetectie, vuursteen zoeken en particuliere verzamelingen.

De hobby's en passie van deze groepen mensen kunnen dan anders worden bekeken. Het is niet zozeer een zoektocht naar objecten; het is een specialisme, een sport en een sociale activiteit die mensen van alle leeftijden, geslacht, achtergrond en opleidingsniveau bij elkaar brengt. Naast het plezier draait het ook om herinneringen, waarbij de waarde zit in:

  • Emotionele betekenis: het tastbare contact met objecten van honderden of duizenden jaren oud.
  • Welzijn: de bijdrage aan de mentale en fysieke gezondheid en sociale cohesie binnen zoekgemeenschappen.
  • Kennisdeling: het onderling uitwisselen van verhalen en ervaringen die ons cultureel besef en verbondenheid versterken.

Voorstel
Een moderne invulling van de meldplicht erkent zowel de archeoloog als de vinder als gelijkwaardige partners in de zorg voor ons erfgoed. Door archeologische objecten tevens als sociale objecten te definiëren, creëren we maatschappelijke meerwaarde die verder gaat dan de regels en de database en waarbij zoiets als sportduiken en de metaaldetectorhobby juist iets kan zijn om te koesteren. Dit kan bijvoorbeeld door de contacten met de vinders én tussen de vinders te intensiveren. In plaats van ‘top-down’ kan dan beter sámen met hen worden nagedacht over hoe handhaving er uit zou kunnen zien en hoe excessen kunnen worden bestreden. Dit kan ook door mensen te vragen naar wat zij zelf graag onderzocht willen zien en vondstoproepen plaatsen voor specifieke objecten, zodat vinders en melders actief bijdragen aan onderzoek en daar ook weer een leuke terugkoppeling van krijgen. Dat werkt veel meer stimulerend om te melden dan een vondstmelding waarvan je niet weet of, wanneer en door wie er ooit iets mee wordt gedaan. Samen maken we dan nieuwe verhalen van het verleden.

Praktische uitwerking
Andere ideeën zijn om actief kennis met vinders te delen en hen uit te nodigen vragen te stellen aan beroepsarcheologen. Door communitydagen te organiseren waar de nieuwste snufjes worden gedeeld, zoals 3D-fotografie en onderzoektechnieken, wordt stilgestaan bij recente vondsten en hun vinders, en wordt gebrainstormd over concrete onderzoeksvragen.

Daarnaast kunnen bepaalde vinders worden betrokken als vondstspecialist, omdat zij voor bepaalde vondstcategorieën dusdanig veel kennis hebben opgebouwd dat die de kennis van veel archeologen ontstijgt. Concreet betekent dit dat de rol van PAN wordt uitgebreid van vondstregistrator naar netwerkverbinder, om mensen en gemeenschappen aan elkaar te verbinden, kennis te delen en samen te werken. Bijvoorbeeld door thematische communities te vormen rondom tijdperken (steentijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen) of specifieke disciplines (sportduiken, metaaldetectie en numismatiek).

Participatie, kennisuitwisseling en waardering leiden tot betere zorg voor en omgang met het erfgoed. Durven wij het aan om de controle (meer) los te laten en de vinder de erkenning te geven die nodig is voor een werkelijk participatief erfgoedbeleid? En heb je aanvullende ideeën voor participatie en kennisuitwisseling?

Heeft mijn column jou geïnspireerd en wil jij ook je stem laten horen? Tot 21 april kun je laten weten waar het erfgoedveld de komende jaren volgens jou op moet inzetten in de volgende fase in de uitvoering van het Verdrag van Faro: https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/faro-denk-mee.

Reacties

4 reacties, meest recent: 20 april

Locatie gerichte metaaldetectie

Veel metaaldetectoristen zoeken object gericht. Ze zijn op zoek naar mooie oude voorwerpen, schatzoekers eigenlijk. Metaaldetectie kan ook veel meer zijn. In plaats van op zoek gaan naar mooie oude voorwerpen kan ook heel anders gezocht worden: locatie gericht. Je afvragen wat er zich in het verleden heeft afgespeeld op een bepaalde locatie. Definieer een bepaalde locatie, een akker, een weitje (geen stortgrond!) of een achtertuin en doorzoek deze locatie systematisch. Verzamel alle gevonden voorwerpen, ook de oogvondsten. Houd deze voorwerpen bij elkaar en analyseer ze. Langzaam ontstaat een beeld van wat zich heeft afgespeeld op een bepaalde locatie. Het mooiste van deze manier van metaaldetectie is dat na afloop de vondsten van een bepaalde locatie bekeken kunnen worden door de landeigenaar of mede dorp- of stadsbewoners. Met name de landeigenaren worden over het algemeen heel enthousiast, als ze zien in uit welke vroeger tijden voorwerpen in hun grond verstopt zaten. Ik woon zelf in een landelijke omgeving, waar mensen flinke achtertuinenen hebben. Later dit jaar, als de meeste akkers niet toegankelijk zijn, wil ik m'n mede dorpsbewoners vragen of ik, samen met hun, mag zoeken in hun achtertuin. Dit zou ook veel grootschaliger aangepakt kunnen worden. Er zou een citizen science project van gemaakt kunnen worden. Helaas ontbreekt het mij aan tijd om dit (mede) te organiseren. Ik ben al blij als ik, naast m'n full time baan en onderhoud in onze flinke achtertuin, ieder weekend een paar uurtjes overhoud om zelf te gaan zoeken. Maar mensen die met pensioen zijn, zouden deze handschoen kunnen oppakken en er een heel leuke hobby bij krijgen.

Profielfoto van Godfried Puts

2e reactie: Begin maart vond ik Romeins vaatwerk, best bijzondere voorwerpen. Ik heb deze vondst eerst laten determineren en we hebben vervolgens een melding gemaakt bij RCE. Er is een enthousiaste veld-archeoloog van RCE, Jan-Willem de Korte, langsgekomen om de precieze GPS-coordinaten van deze vondst vast te stellen en de vindomstandigheden te bespreken. Tevens zijn andere vondsten van dezelfde akker aandachtig bekeken.

Jan Willem laat weten dat er een kleine opgraving gaat plaatsvinden, onder andere omdat er nog een detectorsignaal, iets dieper nog, op 1,5m van de vondst is waargenomen. De vinder en ook de landeigenaar worden betrokken bij deze opgraving, geheel in de lijn van het gedachtegoed in het Faro-verdrag.

Zou het niet mooi zijn om van deze casus uitgebreid verslag te doen middels een mooie video-reportage. Tijdens de video-reportage kan het gedachtegoed van het Faro-verdrag extra onder de aandacht worden gebracht. Ook zou ik mijn aanpak van zoeken met een metaaldetector, nl. locatie-gericht in plaats van object gericht, kunnen bespreken en promoten. Bij locatiegerichte metaaldetectie is het veel gemakkelijker en leuker om mede dorpsbewoners te betrekken bij de vondsten, of zelfs bij het zoeken. In plaats van 3 leuke voorwerpen, die gemiddeld van een akker afkomen te kunnen laten zien, krijgen mensen een beeld van wat zich op een bepaalde locatie, in het eigen dorp, heeft afgespeeld in het verleden.

Een andere mogelijkheid om het Faro-gedachtegoed in de praktijk te brengen is het betrekken van dorpsbewoners bij de opgraving. Dit kan natuurlijk ook met de voorgestelde video-reportage. Mogelijk zijn er zelfs tv-programma makers geïnteresseerd in het maken van een leuke reportage. Dan hoeft er geen overheidsbudget aangesproken te worden en is het bereik veel groter.

Profielfoto van Godfried Puts

Aangepast op 15 april

Een mooie bijdrage Anton!
Ik weet niet of de vergelijking helemaal klopt, maar ik moet hierbij ook denken aan hoe ik Britse zoekers wel eens over hun hobby hoor(de) vertellen. Veel meer vanuit dat alle mensen met passie voor objecten en historie in hetzelfde bootje zitten.

"Door archeologische objecten tevens als sociale objecten te definiëren.." ja eens, ik snap je poging om het inzichtelijk te maken, al was het nooit een tegenstelling. Archeologische objecten staan in musea omdat ze als erfgoed sociale objecten zijn. ;-) En ja dan wordt PAN een netwerkverbinder, een term die ik een paar jaar geleden ook al hoorde in het bestuur van de Archeohotspots, en waar ik me goed in kan vinden.

Ik weet natuurlijk dat PAN en de Hotspots tegenwoordig dicht op elkaar zitten, maar is dit ook bij Hotspots nog een begrip? Trekken jullie daarin samen op?

Jobbe


Profielfoto van Jobbe Wijnen

Ha Jobbe, dank voor je reactie! Jazéker trekken we bij ArcheoHotspots samen op. Zo zijn Alexander van de Bunt (programmaleider AHS) en ik collega's én werkt PAN geregeld samen met ArcheoHotspot-locaties, zoals in Castellum Hoge Woerd.

Profielfoto van Anton Cruysheer

Trefwoorden