De strandzoekers in Zeeland hebben het voormalige Romeinse vlootstation nog niet gevonden, maar wel een schat aan interessante observaties en suggesties voor een een nieuwe praktijk van wetenschappelijk verantwoorde publieksarcheologie. Deze vorm van publieksarcheologie richt zich op het langdurig monitoren van archeologisch waardevolle vindplaatsen waar geen actieve verstoring plaatsvindt.
In het kader van het Faro-initiatief "Beach Archeology" vormde zich een gemeenschap van strandzoekers op Walcheren die gedurende langere tijd de vondsten die ze deden op strand Oranjezon in een wetenschappelijke context nader konden analseren. Ze werden daarin ondersteund door Erfgoed Zeeland, de Provincie Zeeland, het Zeeuws Archeologisch Depot, de Walcherse Archeologische Dienst, de University College Roosevelt Middelburg, het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, De AWN-afdelingen Zeeland en ‘sGRAVENHage, Camping Oranjezon, Paviljoen Banjaardstrand, de Stichting Strandexploitatie Veere, e.a.
Belangrijke observaties en suggesties zijn:
- Met het monitoringonderzoek, uitgevoerd door vrijwilligers in samenwerking met professionals, zijn wetenschappelijk interessante bevindingen gedaan.
- De initiatiefnemers hebben ervoor gekozen het project niet als een systematische survey uit te voeren. Daardoor konden ze het regime van de toevalsvondsten toepassen. Onder zoekers is er wel behoefte aan meer georganiseerd onderzoek, maar het protocol van IVO-O 4003 wordt als te zwaar ervaren.
- Het ontbreekt aan beleid en beleidsregels voor archeologisch onderzoek – met menskracht en middelen – op sites die eroderen, zonder dat er een evidente verstoorder is aan te wijzen in een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Er liggen kansen voor de ontwikkeling van een nieuw protocol dat zich toespitst op langdurige monitoring van eroderende sites door vrijwilligers, waarin de “stress rond de vondstmelding verzacht wordt”.
- Gemeenschapsvorming van losse zoekers is binnen dit soort onderzoek belangrijk. De overheid kan dit faciliteren met kennis, zichtbaarheid en praktische hulpmiddelen. Zoekers verwachten een grotere inhoudelijke betrokkenheid na vondsmeldingen, zo geven zij aan. Er is onder zoekers behoefte om zelf steeds diepgaander te kunnen determineren: kennis over artefacten helpt hen gerichter te zoeken. Bovendien leidt die betrokkenheid tot meer draagvlak voor het (alsnog) doen van vondstmeldingen.
- Het model van de vroegere ROB-correspondent zou ook vandaag de dag nog waarde kunnen hebben.
- De door de zoekers ontwikkelde app helpt bij vondstregistratie, en biedt ook de mogelijkheid voor het opzetten van een eigen collectieregistratie met al dan niet archeologisch interessante artefacten.
Voor meer informatie zie het bijgevoegde Activiteitenverslag.