Toen in Pekela een groot deel van de 34 bruggen over het Pekelder Hoofddiep niet meer onderhouden konden worden, kwamen betrokken bewoners in actie. Voor miljoenen euro’s gaat Dorpscoöperatie Pekela in samenwerking met de gemeente 26 bruggen onderhouden en een aantal vernieuwen. Deze vorm van participatie biedt nog meer mogelijkheden, verwachten voorzitter van de dorpscoöperatie Jetse Woltjer en Reinder Lanting, projectleider van de gemeente Pekela.
Door Annette Wiesman
Als veenkolonie had het lintdorp Pekela begin twintigste eeuw een bloeiende kartonindustrie en een omvangrijke aardappelen- en bietenteelt. De producten werden over het Pekelder Hoofddiep door dorpskernen Oude en Nieuwe Pekela naar de afnemers vervoerd. ‘Vroeger had iedere fabriek zijn eigen brug’, vertelt Reinder Lanting, projectleider bruggen bij gemeente Pekela. Vanaf de jaren zestig nam het vrachtvervoer over de weg die functie over. Van de in totaal 34 draai- en klapbruggen werden, vooral in Nieuwe Pekela, veel bruggen vervangen door dammen. In Oude Pekela bleven veel oude bruggen bewaard, met als oudste de Unionbrug uit 1947, een rijksmonument. Het stilstaande water leidde echter tot vervuiling, en eind jaren tachtig verving de gemeente de dammen weer door bruggen. Jetse Woltjer van dorpscoöperatie Pekela kan zich de opening van de nieuwe bruggen in de jaren tachtig nog goed herinneren. ‘Er gingen weer boten door het Pekelder Hoofddiep! Dat maakte veel indruk op mij als kind.’
Verzet tegen gemeentebesluit
Decennialang hanteerde Pekela, dat lange tijd bekendstond als ‘het armste dorp van Nederland’, de kaasschaafmethode voor het bruggenonderhoud. Door achterstallig onderhoud dreigden de kosten de pan uit te rijzen. ‘In 2021 werd het vaarverkeer in het Pekelder Hoofddiep stilgelegd, omdat de bruggen niet meer veilig bediend konden worden’, vertelt Woltjer. In coronatijd besloot de gemeenteraad (tijdens een zitting achter gesloten deuren, vanwege de pandemie) dat er vanwege het budget slechts 13 van de 34 bruggen behouden konden worden. Pas na de gemeenteraadsverkiezingen drong de impact van dit raadsbesluit door. Onder leiding van Maurits Langeler kwam een groepje bewoners ertegen in verzet. Zij waarschuwden dat het dorp doormidden gedeeld dreigde te worden. Ook agrariërs sloten zich aan, omdat zij flink zouden moeten omrijden naar hun akkerland. De groep organiseerde vreedzame protestacties. ‘Maurits Langeler kwam met het idee om op alle bruggen banners te hangen met teksten als: “Deze brug gaat eruit”’, vertelt Woltjer. ‘Zelf ben ik tijdens een protestactie bij het gemeentehuis op een boerenkar met microfoon gaan staan om met honderden inwoners de raad toe te spreken. Maurits postte filmpjes op sociale media met achtergrondinformatie over onder andere de geschiedenis en de erfgoedwaarde van de bruggen.’
Onderzoek naar alternatief
Ook binnen de gemeenteraad waren de raadsleden achteraf ongelukkig met het raadsbesluit. Het werd teruggedraaid. ‘De gemeenteraad gaf toe dat de Pekelders niet genoeg in de besluitvorming waren meegenomen’, vertelt Lanting. Het college van B&W kreeg opdracht om uit te zoeken of door middel van burgerparticipatie meer bruggen behouden konden worden. Intussen hadden bewoners Dorpscoöperatie Pekela opgericht. De gemeente schakelde een extern bureau in om onderzoek te doen naar de toestand van de bruggen. Lanting: ‘Er moest een visie komen met daarin, naast een onderhoudsplan, ook aandacht voor verbinding, recreatie en toerisme. De vraag was: hoe brengen we die reuring van vroeger er weer in?’ De gemeente trok Lanting aan om het plan uit te voeren. Lachend: ‘Toen hoorde ik pas dat er al een dorpscoöperatie bestond, met Jetse als voorzitter.’
Right to challenge
Dorpscoöperatie Pekela besloot een beroep te doen op het right to challenge. Volgens dit principe, voor het eerst in 2011 in Engeland toegepast, kan een groep burgers overheidstaken overnemen wanneer ze dat beter kunnen. De dorpscoöperatie raadpleegde onder andere een hoogleraar van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), een expert in coöperaties en een lokale directeur van een bruggenbouwbedrijf. ‘We ontdekten dat wij het onderhoud veel goedkoper konden doen, omdat er geen dure aanbestedingsprocedure nodig was, geen transport- en huisvestingskosten voor de onderhoudsmensen en geen winst- en risicomarges’, vertelt Woltjer. Vanwege de nauwe samenwerking met de gemeente kan de dorpscoöperatie volstaan met minimale risicomarges. De lokale aannemers waren bovendien bereid tot schappelijke tarieven, vanwege het maatschappelijk belang. Omdat de coöperatie functioneert als uitvoeringsbedrijf van de gemeente, is er sprake van ‘quasi-inbesteden’ en vervalt de aanbestedingsplicht. Er zijn al gemeenten die iets soortgelijks voor hun afvalverwerking hebben geregeld, zagen ze. ‘Wij als Pekelders kunnen dit zelf en kunnen daarmee aanzienlijk meer bruggen redden’, had Woltjer dan ook in de gemeenteraad betoogd.
Betrokkenheid
De dorpscoöperatie maakte een businessplan, voerde gesprekken met de gemeente en sloot een samenwerkingscontract af. In het nieuwe plan konden veel meer bruggen behouden worden: 26 tot 28 bruggen in plaats van de oorspronkelijke 13. Lanting stemde steeds af tussen gemeente en dorpscoöperatie en presenteerde samen met Woltjer de visie en het plan in de gemeenteraad. Die zegde 50 miljoen euro toe voor de uitvoering van het gehele plan. De coöperatie verplichtte zich om het Pekelder Hoofddiep zo snel mogelijk bevaarbaar te maken, en om – in een latere fase – twee bruggen te vernieuwen. En nee, dat betekent niet dat de bewoners zélf aan de bruggen gaan sleutelen; ze begeleiden het onderhoudstraject. ‘Als civiele objecten moeten de bruggen voldoen aan de norm- en regelgeving’, zegt Lanting. ‘De gemeente blijft als wegbeheerder verantwoordelijk voor haar areaal.’
Brug bedienen
De Faro-gedachte, waarin participatie een grote rol speelt in de omgang met erfgoed, is hier springlevend. Want Dorpscoöperatie Pekela brengt ook de culturele en maatschappelijke waarde van de bruggen voor het voetlicht. Het verhaal dat zij uitdraagt: de bruggen, met het Pekelder Hoofddiep als levensader, zijn uniek voor het dorp. Zo stond er al eens een bluesbandje op een van de bruggen. Een werkgroep innovatie experimenteert momenteel met een systeem met sensoren op de bruggen die metaalslijtage meten. Een andere innovatie is de brugbediening. Tot zes jaar geleden leverde werkvoorzieningsschap Wedeka brugwachters, maar door personeelstekort lukte dat niet langer. Naar het voorbeeld van de brandweer, waar vrijwilligers bij brand via een berichtenapp een oproep krijgen, wil de coöperatie dat ’s zomers ook met de brugbediening gaan doen. Woltjer: ‘Per brug is een aantal buurtbewoners actief, dat een appje krijgt als er een boot aankomt. Wat mij betreft is dat de ultieme participatie, met mensen uit het dorp.’
Meer participatie
Een werkgroep communicatie en burgerparticipatie moet het vuurtje brandend houden. ‘We hebben een heel ambitieus college, dat sterk op burgerparticipatie inzet’, vertelt Woltjer. Nu de urgentie van de protestacties is weggezakt, melden zich minder nieuwe leden. ‘Heel veel mensen willen graag iets doen, maar zijn niet structureel inzetbaar’, weet Lanting. ‘Het is daarom beter om in te spelen op ad hoc-betrokkenheid. Maar in de basis zijn mensen gelukkig heel betrokken. Daar moeten we verder mee aan de slag.’