Reactie Riemer Knoop, Gordion Cultureel Advies, Amsterdam Heleen van Londen, UD Archeologie, Universiteit van Amsterdam Boudewijn Goudswaard, The Missing Link, Utrecht

  • jun 2022
  • Machteld Linssen
  • 1
  • 1180
Machteld Linssen
Archeologie
  • Helle Hochscheid

Reactie op element ‘publiek’ uit Advies Archeologie bij de tijd, Raad voor Cultuur februari 2022

21 juni 2022

Geachte Staatssecretaris,

U heeft het archeologisch veld uitgenodigd te reageren op het advies “Archeologie bij de tijd” van de Raad voor Cultuur. Daar maken wij graag gebruik van. We beperken ons hier tot wat in het advies over de publieke kant van het archeologiebestel wordt gezegd. Wij vinden dat de Raad die publieke kant te eng heeft opgevat. Namelijk ofwel in de praktische uitvoering als het betrekken van vrijwilligers bij bijvoorbeeld een opgraving of de uitwerking daarvan, dan wel helemaal aan het einde van het amz-traject, als afnemer van een bekendmaking in de media of als bezoeker van een tentoonstelling.

Die enge opvatting spoort overigens met de logica van de beoogde verbeterde bescherming van het archeologisch erfgoed onder het Verdrag van Malta (Raad van Europa 1992). Artikel 9 daarin stelt dat publiek draagvlak voor de bescherming vergroot moet worden door informatie over onderzoek en toegang tot vindplaatsen. Dat artikel is in Nederland zoals bekend nooit in beleid omgezet. De BRL en KNA spreken bij de hoofddoelstellingen van de uitvoering van archeologisch werk daarom ook slechts van “publieke beleving” naast “wetenschappelijk bruikbare kennis”.

Wij pleiten er echter voor, nu de praktijk zich beweegt naar een steeds ‘democratischer’ omgang met erfgoed in het algemeen, om over de rand van dit beperkte kader heen te kijken en van een breder publieksperspectief uit te gaan. Daar is volop kans voor, mede gelet op de naar verluidt spoedige toetreding van ons land tot het Kaderverdrag van Faro (Raad van Europa, 2005). Beleid en praktijk kunnen elkaar nu dus ontmoeten. Volgens dat verdrag immers komt ‘het publiek’, of liever de samenleving, bij erfgoed een veel centraler plaats toe.

Het uitgangspunt van ‘Faro’ is dat de samenleving integraal bij erfgoed betrokken wordt, door het daar zeggenschap over te laten krijgen krijgt en ook input te laten leveren bij vraagstukken van waardering, behoud en beheer. De samenleving, meer precies: gemeenschappen, moeten worden ondersteund in het uitoefenen van hun eigenaarschap - van het product en daarmee ook van het proces. Gemeenschappen (“erfgoedgemeenschappen”) staan centraal, en wel in participatieve zin. Dat betekent een gedeeltelijke breuk met het verleden. Daarin is immers de geprofessionaliseerde erfgoedzorg, gericht op gegevensextractie, centraal komen te staan. Maar verbind je dat amz-proces aan de gemeenschap waarvoor en waardoor iets betekenis krijgt, dan is er een kans om Malta te vermaatschappelijken. Wij bepleiten archeologie opnieuw te definiëren in een discours rondom publieke waarde voor de samenleving. Zo’n nadruk op de sociale component van erfgoedbeleid is geheel in lijn met de European Heritage Strategy for the 21st Century - alweer van de Raad van Europa (2017).

In dat licht is het verheugend dat de Raad als basis voor zijn advies de principiële vraag stelt naar het publieke belang van het archeologiebedrijf. Naast het regelen van processen in de ruimtelijke ordening, waar rekening moet worden gehouden met het kunnen bewaren van of mitigeren van schade aan vindplaatsen, zit hem dat immers in de betekenis die kennis van en betrokkenheid bij kennis(bronnen) over het verleden voor de samenleving hebben.

Maar wat doet de Raad? Die vult de publieke kant van het archeologiebedrijf slechts in met een niet uitgewerkt tandembegrip: “publieksbereik en participatie”, en zonder de twee delen nader te analyseren. Dat is een fuik. Publiek, dat zijn de anderen, die moeten bereikt worden, en die mogen af en toe misschien ook, zo lijkt het, wat meedoen. De kern van het proces is in deze visie een black box, en blijft in handen van een gesloten wereld van specialisten. Participatie wordt platgeslagen naar het meedoen door vrijwilligers met de uitvoering van opgravingen, of hier en daar iets doen in het verwerkingsproces (citizen science). Er wordt niet gereflecteerd op de vrijheidsgraden waarin met participatie in het algemeen kan worden omgegaan. Die kunnen variëren in toetreding, representatie en reikwijdte (de Democracy Cube van Archon Fung*). Het impliciet en exclusief opvatten van participatie met betrekking tot archeologie als het werk dat ‘vrijwilligers’ doen, of wordt toegestaan te doen, is het toewijzen van wat kruimels die van de archeologentafel vallen. Daarmee blijft de Raad in een vorig paradigma, waar het gaat om objectieve, positivistische kennis, door experts aangedragen. Terwijl het echt veel meer is en er ook veel meer kan, in alle fasen van het Maltaproces.

Er is immers een zelfbewuste kans voor iets nieuws. Wat vinden mensen zelf van hun buurt (kwaliteiten leefomgeving)? Hoe zouden ze onderzoek willen sturen? Wat voor behoudswensen zijn er? Wat zouden ze willen prioriteren? Zijn er dingen die in de ene plaats van groter belang zijn dan elders, en hoe geef je daar woorden aan? Hoe zou een buurt, stad of regio zijn eigen agenda kunnen trekken, in termen van wat belangrijk kan en mag zijn? Het inhoudelijke argument voor het publieke belang van archeologie is voor de Raad dat Het verhaal over het verleden wordt opgetekend voor ons allemaal. Maar daar zit hem nou net de kneep. Want er zijn vast meerdere verhalen mogelijk, net zoals er meerdere verledens zijn. Alles hangt af van wat voor vragen je stelt, en in wiens perspectief dat gebeurt. Boeren in de Peel, thans geplaagde vijfdegeneratiepioniers in ontwaterde moerasgebieden, hebben vast een ander gezichtsveld dan, zeg, Molukkers die in een identitaire emancipatie op zoek zijn naar resten van de tijdelijke inkwartieringsnederzettingen van hun aankomstgrootouders. Dáár gaat participatie volgens het Faro-denken over. Zeggenschap, meerstemmigheid, ruimte voor meer en andere verhalen, ‘betekenismaken’ als gezamenlijk proces.

Op het platform Faro van de RCE is een concept-visie te vinden op een meer algemene Faro-uitvoeringsagenda.** De opstellers pleiten nadrukkelijk voor participatie in de zin van meer en vérstrekkender zeggenschap, en voor een open houding voor andere erfgoedopvattingen, alsmede voor het inzetten van erfgoed als hulpbron voor overige sectoren (zorg, welzijn, onderwijs). Die dimensies blijven in het Raadsadvies onderbelicht. Deze consultatieronde met het veld biedt volgens ons ruimte om daarop in uw beleidsreactie in te gaan, en een veel maatschappelijker perspectief voor archeologie te creëren.

Met de meeste hoogachting,

Riemer Knoop, Gordion Cultureel Advies, Amsterdam Heleen van Londen, UD Archeologie, Universiteit van Amsterdam Boudewijn Goudswaard, The Missing Link, Utrecht

* https://organizingengagement.org/models/varieties-of-participation ** https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/465

Trefwoorden