Vruchtbare kennisuitwisseling tijdmachines en RCE/NDE

  • 26 jan
  • Faro-team
  • 30
Faro-team
Voor iedereen

Op 14 oktober 2025 organiseerden Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE) en de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed (RCE) een werksessie met een aantal op vrijwilligers steunende tijdmachines en medewerkers van de NDE en RCE. Aanleiding voor dit gesprek is de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed (2025-2028). Daarin wordt onder andere gevraagd hoe digitale erfgoedgemeenschappen ondersteund willen worden en hoe kennis van vrijwilligers die (ook) digitaal actief zijn beter is te benutten? En hoe linken we niet-geïnstitutionaliseerde collecties aan het netwerk van verbonden erfgoed?

Op dit moment zijn er misschien wel tien tijdmachine(achtige) initiatieven in Nederland en de RCE is op een breed front actief met digitaal erfgoed. Om een goed gesprek te kunnen voeren is een deel van al deze initiatieven en betrokkenen uitgenodigd voor een werksessie. Het doel van de bijeenkomst was het bij elkaar brengen van beroepsmatig betrokkenen en op vrijwillige basis actieve experts op het terrein van digitaal erfgoed.

Presentaties tijdmachines
De bijeenkomst begon met drie tijdmachines die elk een presentatie gaven. Alle drie de initiatieven kennen een geografische begrenzing die in de naam tot uiting komt maar wat betreft tijdlijn of reikwijdte zijn er ook verschillen te zien.

De tijdmachine die de bijeenkomst aftrapte, was LisseTijdReis. Zij geven via hun website een inkijkje in de gedigitaliseerde kaarten van het dorp Lisse uit de periode tussen 1830 en 1880 met daaraan gekoppeld verschillende historische gegevens. De tijdmachine maakt daarbij gebruik van historische kaarten van het Kadaster en genealogische bronnen waardoor het leven van de bewoners van Lisse zichtbaar wordt gemaakt. Dit is niet zomaar vanuit het niets ontstaan. Er wordt voortgebouwd op jaren van inzet door verschillende vrijwilligers. Zo is er de befaamde ‘index van Pex’ waar nu nog steeds gebruik van wordt gemaakt. Ook komen er nog toepassingen bij, zoals fietsroutes en wandelingen door de stad aan de hand van de historische informatie. Men zoekt hierbij vooral samenwerking en ondersteuning op regionaal niveau.

Hierna was de beurt aan AEZEL. Deze tijdmachine kenmerkt zich in tegenstelling tot de andere twee tijdmachines inmiddels door een provinciaal perspectief, de gehele provincie Limburg. Dit initiatief ging in de jaren ’80 van de vorige eeuw van start en ontwikkelde al vanaf 2008 een informatiesysteem waarin verschillende bronnen zijn gedigitaliseerd. Elk jaar komen daar zo’n miljoen gegevens bij dus er is telkens meer over de historie van Limburg te vinden. Ook dit platform draait geheel op vrijwilligers. Het heeft daarbij ook een sociale functie waarbij plezier voorop staat en er tegelijkertijd veel kennis en kunde wordt opgedaan. AEZEL wil vanuit deze unieke kracht de relatie aangaan met professionele instellingen in de provincie, en werken conform de uitgangspunten en randvoorwaarden van NDE en Linked op data.

De derde en laatste tijdmachine aan het woord was de Gouda Tijdmachine die zich richt op de historische binnenstad van Gouda. Het project drijft net als AEZEL vooral op de inzet van vrijwilligers maar er wordt ook veel samengewerkt met het Streekarchief Midden-Holland. Zij faciliteren de vrijwilligers bij het digitaliseren en invoeren van archiefmateriaal en het georefereren van oude kaarten. Zo komt er, als je een punt op de kaart van Gouda zet, allerlei historische informatie over die plek naar boven, zoals foto’s en krantenknipsels. Er wordt vanuit de Gouda Tijdmachine ook veel aandacht besteed aan het leggen van relaties met andere bronnen, zoals die van de RCE. Uitgangspunt is Linked Open Data: geen eigen collectie aanleggen, maar bijvoorbeeld doorsluizen naar het streekarchief.

Presentaties RCE
Na de tijdmachines was het de beurt aan de RCE om verschillende producten toe te lichten. Allereerst was er de presentatie over de Erfgoedatlas. Deze is ontstaan uit de behoefte aan één integrale kaart waarbij erfgoedkaartinformatie in samenhang getoond kan worden. De erfgoedatlas bestaat uit openbare data die ook weer herbruikbaar is. De kaartlagen zijn ook thematisch opvraagbaar. De meeste kaarten zijn samengesteld door de RCE maar worden ook aangevuld met gegevens van andere organisaties.

De tweede presentatie ging in op het platform CollectieNederland.nl. Op deze website kan je zoeken door allerlei verschillende roerende collecties: van de collecties van de rijksmusea tot aan die van lokale verenigingen. Daarbij is de uitdaging vooral om de collecties allemaal in een soortgelijk model te krijgen, waarbij bijvoorbeeld de titel en beschrijving op dezelfde manier worden gepresenteerd. Dit maakt of je goede zoekresultaten krijgt. Termenlijsten kunnen daar erg bij helpen. Voor CollectieNederland.nl is daarom ook een goede samenwerking met de verschillende bronhouders van belang. Het gaat namelijk vooral om data van musea en andere instellingen en vrijwel niet om data van de RCE zelf.

De kansen rondom het gebruik van termenlijsten werd in de laatste presentatie nog eens extra toegelicht. In 2010 is de RCE begonnen met het maken van een thesaurus, de zogeheten cultuurhistorische thesaurus. Sinds 2015 bestaat ook het Termennetwerk, een gezamenlijke voorziening binnen het Netwerk Digitaal Erfgoed waar iedereen gebruik van kan maken. Via de thesauri geven we samen betekenis aan de erfgoedobjecten die we hebben en maakt dat erfgoed vanuit verschillende initiatieven in de toekomst nog meer verbonden kan worden.

Raakvlakken en issues voor de toekomst
In de diverse presentaties kwamen al diverse wensen, suggesties en aanknopingspunten voor de toekomst aan bod. Hier borduurden de aanwezigen op voort in het tweede deel van de werksessie. Onder leiding van Wilbert Helmus (NDE) werden in groepjes drie vragen besproken:

  • Wat bindt ons?
  • Waar liggen kansen?
  • Wat zou je kunnen doen (oplossingen vanuit eigen rol)?

Meest genoemd is de passie voor erfgoed als belangrijke bindende factor tussen de beroepsmatig en de vrijwillig werkende professionals. Er liggen volop kansen om van elkaar te leren en kennis uit te wisselen. Concreet zou dat kunnen rond duurzame opslag (bijvoorbeeld van fotomateriaal) of regionale facilitering en organisatie (bijvoorbeeld koppeling met het perspectief van de digitaal erfgoedcoach & erfgoedparticipatiecoach).

We zetten het gesprek voort in 2026. In het voorjaar zal AEZEL in het kader van hun Faro-project een conferentie organiseren. Daarnaast zullen RCE en de tijdmachines verkennen of ze samen kunnen werken bij de organisatie van een landelijke Tijdmachine-dag.