Diaspora erfgoed in beweging

  • 12 jun
  • Jaswina Elahi
  • ·
  • Aangepast 9 jul
  • 5
  • 255
  • Machteld Linssen
Jaswina Elahi
Prikbord 2024
  • Idwer Boersma
  • Wilma Simons
  • Jessy Wong
  • Yan Zhou
  • Frank Hemeltjen
  • Machteld Linssen

Dit is een initiatief van Jaswina Elahi, Universiteit Utrecht, i.s.m. kennispartners:

  • Pan Asian Collective
  • st. Rang-e-Mehfil
  • Museum Sophiahof
  • STICHJI Stichting Herdenking Javaanse Immigratie
  • Stichting Gema Rasa

Diaspora erfgoed in beweging

1. Introductie

Voor u ligt het plan voor het project Diaspora in Beweging. Dit project is tweeledig en bestaat uit een onderzoekskant en uit een praktische kant om zodoende te komen tot zowel nieuwe kennis over als nieuwe samenwerkingsverbanden die bij kunnen dragen aan de ambities van het erfgoedveld, die tevens de ruggengraat vormen van de Uitvoeringsagenda, namelijk 1. Participatie in de volle breedte, 2. Open houding voor andere erfgoedopvattingen, 3. Erfgoed midden in de samenleving. Binnen het plan staat het thema meerstemmigheid centraal, maar het heeft ook overlap met de thema’s Caribisch gebied en internationalisering.

In dit projectplan staan namelijk het erfgoed en de bijbehorende erfgemeenschappen centraal uit post-koloniale migranten met een dubbele migratie-achtergrond centraal (Javaanse Surinamers, Hindostaanse Surinamers en Perenakan Chinezen). Zij vormen een groot deel van de postkoloniale migranten, maar zijn niet representatief in het culturele veld, ondanks dat sinds enkele jaren de erfenis van het koloniaal verleden steeds meer onderwerp van debat is geworden in de samenleving, alsook binnen erfgoedstudies. Twee discussies domineren hierbinnen. Het eerste richt zich op het narratief en frame binnen collecties van culturele instellingen (Pennock & Vermaat, 2020; 2021; Modest en Lelijveld, 2020). Daarin wordt het belang van betrokkenheid van de gemeenschappen benadrukt, om de meerstemmigheid het bestaande erfgoed (zoals in collecties of archieven) in beeld te brengen (Baboeram, 2022). Het wordt ook wel onder noemer van dekolonisatie van het erfgoed geschaard. Dit raakt nauw aan een tweede discussie binnen het culturele veld wat het koloniaal verleden betreft, namelijk ‘roofkunst’. Hierbij staat vaak de vraag centraal staat of de meegenomen culturele goederen uit de voormalige koloniën naar Nederland al dan niet op een rechtmatige manier zijn verkregen en terug gegeven zouden moeten worden (Kruijt, 2020).

In de beide genoemde discussies (die ook binnen de studies domineren) ligt de nadruk op het bestaande erfgoed dat bewaard en onderhouden wordt door de Nederlandse culturele instellingen zelf. Ondanks de (pleidooi voor) betrokkenheid van postkoloniale migranten in deze erfgoedstudies, ontbreekt het perspectief op de postkoloniale migrantengroepen als erfgoedgemeenschap zelf en studies naar de wijze waarop deze functioneren als erfgoedgemeenschap rondom hun eigen diaspora-erfgoed. Hierdoor is er nog steeds geen sprake van meerstemmigheid in het culturele veld.

In dit projectplan bespreek ik allereerste de keuze voor de post-kolonale migrantengroepen met een dubbele migratie achtergrond, vervolgens bed ik het projectplan in het frame van de drie kernwaarden die de ambities vormen van het erfgoedveld. Vervolgens bespreek ik de onderzoeksvraag en de bijbehorende onderzoeksactiviteiten. Het praktijkgedeelte hangt nauw samen met het delen van de onderzoeksresultaten. Gevolgd door een aantal tastbare resultaten en producten die voorkomen uit de (onderzoeks)activiteiten.

2. Keuze voor post-koloniale migrantengroepen met een dubbele migratie

Om de verschillende vormen erfgoedpraktijken en de diversiteit daarbinnen in beeld te krijgen wordt gekozen voor een drietal postkoloniale migranten diaspora in Nederland. Recente cijfers van het aantal postkoloniale migranten en hun nazaten ontbreken. Maar cijfers uit 2006 (Bosma, 2009) laten zien dat het aantal postkoloniale migranten (afkomstig uit Indonesie, Suriname en de Antillen) toen samen ruim zes procent van de huidige Nederlandse bevolking (inclusief eerste en tweede generatie). In 2017 werd het aantal geschat op ruim een miljoen (Luttikhuis, 2017). Anno 2024 is het aannemelijk om te veronderstellen dat het aantal lichtelijk is toegenomen (derde generatie). Een afbakening naar 3 postkoloniale migrantengroepen en daarbinnen een specifieke erfgoedgemeenschap rond hun belangrijkste erfgoed maakt een onderzoek overzichtelijk. Hiermee wordt meteen de tweede kwestie van de verscheidenheid en meerstemmigheid aan de orde gesteld. Door niet te focussen op 1 postkoloniale groep, maar drie is de verwachting dat verschillende diaspora erfgoedgemeenschapspraktijken en soorten erfgoedgemeenschappen in beeld komen. De voorkeur gaat uit naar de post-koloniaal migranten met een twice migration achtergrond:

  1. China-Suriname-Nederland;
  2. Brits-Indie - Suriname - Nederland);
  3. Java – Suriname - Nederland.

De globale spreiding van deze gemeenschappen is een kenmerk wat onder diaspora wordt verstaan. De keuze voor postkoloniaal migrantengroepen met dubbele migratie biedt bovendien mogelijkheid om diepgaand en gedetailleerd een diversiteit van diaspora-erfgoedpraktijken binnen de desbetreffende diasporalanden en de relaties die vanuit deze landen onderhouden worden met verwante diasporaculturen en de werking daarvan binnen diasporaerfgoedgemeenschappen in Nederland in beeld te brengen. Zodoende wil het onderzoek eventuele conflicten, rivaliteiten en samenwerkingen binnen en over de grens aan de orde stellen en de onderliggende condities voor beleid hiervoor.

De roep vanuit de gemeenschappen zelf om meer gezien te worden is ook groot. Op 29 mei jongstleden vond in de Haagse Kloosterkerk de conferentieplaats Contractarbeid uit de schaduw georganiseerd door werkgroep Collectief Contractarbeid (bestaande uit nazaten van Chinese, Hindostaanse en Javaanse contractarbeiders) en het ministerie van OCW. De bijeenkomst was een roep om meer zichtbaarheid en erkenning in de Nederlandse samenleving. Ook bij een bijeenkomst georganiseerd Pan Asian Collective, op 2 mei jongstleden in het Verzetsmuseum in Amsterdam werd duidelijk uit de presentatie gegeven door Chinese-Indonesian Heritage Instituut hoezeer de Peranakan Chinezen in Nederland over het hoofd worden gezien.

3. Aansluiting van het project bij de kernwaarden van het erfgoed-werkveld

a. Kernwaarde: Participatie in volle breedte

Bestaande erfgoedgemeenschappen blijven ondanks hun inspanningen in de Nederlandse samenleving nog steeds in de marginaliteit. Uit een gesprek in de voorbereiding voor dit projectplan (6 juli 2024) met Harriette Mingoen, al meer dan veertig jaar een actieve voorvechter voor het behoud van de Surinaams-Javaanse Cultuur, komt naar voren dat zelfs wanneer het lukt om subsidies te verwerven voor een uitvoering en er wordt samengewerkt met partners buiten de eigen kring het niet lukt om uit de marginaliteit te komen. Zij constateert in het algemeen dat er bij erfgoed/culturele instellingen nog steeds een blinde vlek bestaat als het gaat om het erfgoed van diasporagroepen. Dit project kan bijdragen aan een meer inclusieve en gelijkwaardige behandeling zodat de postkoloniale-migranten diasporagroepen op een gelijkwaardige manier ruimte krijgen in bijvoorbeeld het uiten en verder ontwikkelen van erfgoed. Dit sluit aan bij de Kernwaarde Participatie in meedoen voor het culturele veld, waarin ook uitgegaan wordt van het meewerken van overheden en erfgoedinstellingen aan initiatieven in de samenleving die bijvoorbeeld perspectieven toevoegen aan bestaand erfgoed of zich inzetten voor het behoud of het levend houden van cultureel erfgoed. Daarom zullen in dit project naast de drie post-koloniale diaspora migrantengroepen ook beleidsmakers en culturele instellingen en erfgoed-instellingen worden betrokken voor kennisuitwisseling.

b. Kernwaarde Open houding voor andere erfgoedopvattingen

Uit de voorverkenning is gebleken dat de erfgoedpraktijken binnen de drie geselecteerde groepen voor dit project erg divers is. Maar ook dat sommigen erfgoedpraktijk typisch is binnen de etnische community’s die bijdragen aan de sociale cohesie van de betreffende groep en aan hun culturele identiteit.

  • Voor de Hindostaanse community betreft dit: de baithak gana (muziek) en de volksdansen Londa ke naach en bathakgana ke naach
  • Voor de Peranakan Chinezen betreft dit: fijnkunst en culinaire keuken
  • Voor de Javanen betreft dit: Gamelan (muziekensemble) en Kembar Mayang (bloemsierkunst)

De geselecteerde erfgoederen zijn geselecteerd op wat binnen de post-koloniale diaspora groep door de eigen groep van belang wordt gevonden voor de culturele identiteit en de sociale cohesie binnen de groep. Dit hoeft dan ook niet perse overeen met wat de opvatting van wat erfgoed is voor het culturele werkveld. Deze zes erfgoederen met de daaromheen de vormen, praktijken en netwerken van de bijbehorende erfgoedgemeenschappen zullen centraal staan in dit onderzoek en leveren nieuwe inzichten op voor het cultureel werkveld die vaak al betekenis heeft gegeven aan wat cultureel erfgoed is. Deze nieuwe inzichten zijn daarom een verrijking van het bestaande, gedefinieerde erfgoed. In het tweede geformuleerde waarde van faro wordt gesteld dat dit vraagt om een open houding. Daarom zal zoals eerder genoemd, deze andere erfgoedopvattingen worden gedeeld met het cultureel werkveld. Door deze erfgoedgoederen en erfgoedgemeenschappen zichtbaar te maken zal dit hopelijk leiden tot opwaardering en herwaardering van bestaand erfgoed tot gevolg.

c. Kernwaarde Erfgoed midden in de samenleving

Erfgoed binnen diaspora gemeenschappen kan zowel materieel als immaterieel zijn en omvat een breed scala aan culturele uitingen die vaak niet zichtbaar zijn in de samenleving, maar onderdeel zijn van het community leven. Maar ze zijn desondanks toch erfgoed dat midden in de samenleving in stand word gehouden, weliswaar in de marge. Door deze erfgoederen te onderzoeken worden ze wel zichtbaar gemaakt voor de culturele instellingen en uit de marge gehaald. In de omschrijving van de kernwaarde Erfgoed midden in de samenleving staat dat erfgoed een bron van identiteit en zelfbewustzijn is. En dat cultureel erfgoed onlosmakelijk deel uitmaakt van ieders leefomgeving en culturele geschiedenis. Dat geldt ook voor het erfgoed van de post-koloniale migrantengroepen, dat nog grotendeels onbekend terrein is. Maar anders dan Nederlands erfgoed, hebben de erfgoederen van post-koloniale migranten groepen wortels in de diaspora. Dit project legt daarom niet alleen bloot hoe de erfgoedgemeenschappen rondom het eigen erfgoed functioneert binnen Nederland, maar ook beïnvloed wordt over de grenzen heen. Het erfgoed van migrantengroepen wordt nog steeds te vaak gezien als geïsoleerd, maar is onderhevig aan invloeden en impulsen uit de diaspora. Het legt bloot dat de invloeden op het erfgoed kunst en cultuur niet aan de nationale grenzen ophoudt, maar ook te maken heeft met transnationale invloeden.

4. Onderzoeks- en praktijkcomponenten van het project - Thema: Meerstemmigheid/Internationaal

Zoals in de inleiding werd gesteld is dit project tweeledig. Het heeft een onderzoekscomponent en een praktijkcomponent. Binnen het onderzoekscomponent staat de kennisvergaring centraal en binnen de het praktijkcomponent staat kennisdeling centraal.

De onderzoeksvraag binnen het onderzoekscomponent is globaal geformuleerd:

Welke vormen, praktijken en netwerken doen zich voor binnen diaspora erfgoedgemeenschapen en onder welke voorwaarden?

De meerwaarde van dit onderzoek is dat het bijdraagt aan weinig onderzochte aspecten van onderzoek naar de erfenis van het koloniaal verleden onderzoek in Nederland. Het gaat dan vooral om diaspora erfgoedgemeenschappen zelf, bestaande uit postkoloniale migranten en hun erfgoedpraktijk. Het onderzoek geeft stem en zichtbaarheid aan de postkoloniale migrantengroepen en hun erfgoed. Ten tweede, nog steeds wordt erfgoed beschouwd als iets nationaals en geisoleerd, maar het erfgoed, kunst en cultuur van post-koloniale diaspora groepen houdt niet op aan de nationale grenzen ophoudt, maar heeft ook te maken heeft met transnationale invloeden.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden zullen verschillende methoden van participatief onderzoek worden ingezet:

a. Informele gesprekken met sleutelfiguren desbetreffende diasporagemeenschap (Hindostanen, Javanen, Chinese-Surinamers).

  • Opbrengst: Belangrijkste erfgoed op binnen de diaspora gemeenschap. Specifieke erfgoedgemeenschap rondom het erfgoed (bv: Bijvoorbeeld de gemeenschap rondom de muzikale traditie bestaat uit muzikanten, zangers, dj’s, muziekeventorganisatoren, etc.)

In de voorverkenning hebben er ook gesprekken plaatsgevonden met mensen uit de Perenakan- Chinese gemeenschap in Nederland en de Chinese Surinaamse gemeenschap in Nederland. Omdat er concrete erfgoedgemeenschappen binnen de Chinees-Surinaamse Gemeenschap omtrent verschillende vormen van erfgoed, is de keuze gemaakt voor de Chinees-Surinaamse gemeenschap.

b. Expertsessies (Fysieke groepsbijeenkomst) diaspora erfgoedgemeenschap met als werkvorm mapping stakeholders binnen de diaspora (tool padlet). (Zie voorbeeld Erfgoed in beweging: Kaart. Op deze manier wordt gestart met de kennis ophalen vanuit de gemeenschap en meteen archiveren). Zij prikken de kennis meteen vast aan een locatie.

  • Opbrengst:
  • Beschrijving van het erfgoed
  • Kaart met daarop vormen/soorten van het erfgoed op locaties binnen de diaspora
  • Kaart met daarop namen van personen/organisaties binnen de diaspora
  • Kaart met emoties

Padlet is een simpele digitale tool, we starten de sessie met een korte instructie en voor degenen voor het toch niet handig is om ermee om te gaan, vragen we een aantal vrijwilligers om te assisteren (studenten, vrijwilligers van de betrokken stichtingen).

c. Online internationale sessie waarin verschillende personen/organisaties (die uit de vorige methode naar voren kwamen) presentaties geven d.m.v. foto en toelichting. (Zie voorbeeld de wekelijkse zondag online sessie van Kumar Mahabir uit Trinidad). Opbrengst:

  • Ervaringen uit de diaspora:
    • hoe ziet de erfgoed gemeenschap daar eruit?
    • hoe wordt het erfgoed behouden/onderhouden/doorgegeven?
    • Onder welke contextuele voorwaarden?
    • Wat is de rol van het cultuurbeleid hierin?
  • Beeldmateriaal (opgenomen online sessie, foto’s en PowerPoint)

d. Workshops tijdens een grote bijeenkomst waarin de kennis over het erfgoed van de verschillende communities worden gedeeld en de bevindingen van het onderzoek worden gepresenteerd. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld beleidsmakers en het culturele veld, en de leden van de erfgoedgemeenschappen. Dit draagt tevens bij aan de netwerkvorming tussen de betrokkenen.

  • Sessie Baithak Gana
  • Sessie Londa ke naach/baithak gana ke naach
  • Sessie Gamalan
  • Sessie Kembar Mayang
  • Sessie Fijnkunst
  • Sessie Culinair
  • Gezamelijke kennisdeling

e. Doorwerking in kaart brengen door drie maanden na de kennisbijeenkomst een onderzoek te verrichten onder erfgoedinstellingen/cultuurbeleidsmedewerkers die a-select zijn geselecteerd uit de aanwezigheidslijst van de kennisbijeenkomst, de tijd en moeite hebben genomen om de opgedane kennis in praktijk te brengen in hun beleid en/of uitvoering. De bevindingen brengen in kaart wat de doorwerking is geweest van de kennis die opgehaald is vanuit de erfgoedgemeenschappen en met erfgoedinstellingen en cultuurbeleidsmakers is gedeeld. De bevindingen worden gepresenteerd aan de erfgoedinstellingen.

5. Resultaten ten behoeve voor de praktijk

De resultaten van het onderzoek is meervoudig:

  1. Bijeenkomst met meest betrokkenen (vertegenwoordigers diaspora gemeenschap, erfgoedprofessionals, gemeenteambtenaren, onderzoekers). Hierbij staat vraag centraal: wat zijn de (on)mogelijkheden voor diasporagemeenschappen binnen het systeem van erfgoedzorg en -beleid in NL
  2. Toegankelijk boek over de erfgoedgemeenschappen, inclusief foto’s en illustraties (om de zichtbaarheid in de publieke ruimte te vergroten)
  3. Website (mogelijk bij de UU als onderzoekproject waar het project en alle bevindingen op worden getoond)
  4. Wetenschappelijk artikel

Samenwerkingspartners

  • Universiteit Utrecht
  • Pan Asian Connection
  • Museum Sophiahof
  • Stichting Rang-e-Mehfiel
  • STICHJI Stichting herdenking jaavaanse immigratie
  • Stichting Gema Rasa
  • Werkgroep collectief contractarbeid

Reacties

5 reacties, meest recent: 18 juli
  • Ik vind het ten eerste een helder afgebakende onderzoeksvraag. En de drie voorgestelde gemeenschappen daarin ook passend. Maar bij nadere beschouwing lijkt doordat voorkeur in het onderzoeksopzet uitgaat naar de post-koloniaal migranten met een twice migration achtergrond legt dat de nadruk erg op de belevingswereld van de immigrant. Die zijn culturele identiteit opbouwt uit de verschillende bronnen die voor hem/haar beschikbaar zijn. Dat zijn respectievelijk de oorsprong landen maar ook het land waar zij zich uiteindelijk settelen. Dat zal een gefragmenteerd beeld opleveren, behelst het onderzoek dan de omgang van de immigrant (2e of 3e generatie) met zijn/haar culturele bronnen. Of wil het onderzoek de immigranten juist ondersteunen bij hun omgang met hun twice migration achtergrond (in sommige gevallen betreft het dan wel 3 culturele bronnen !?) .

    Verder wordt door de voorgestelde opzet de omgang met de koloniale migraties volledig buitenbeeld gehouden. Met name de kleinere culturele gemeenschappen als bv de Papua's en de Zuid Molukken worden daardoor gemakkelijk ovefr het hoofd gezien als een eigen culturele identiteit. Terwijl onderzoek bij die gemeenschappen eigenlijk 'gemakkelijker' zou kunnen zijn omdat de gemeenschappen kleiner in omvang zijn en daardoor beter in kaart zijn te brengen. De sociale, religieuze en culturele verhoudingen binnen de Molukse, de Indische, de Indonesische en Papua gemeenschappen zijn goed te herleiden en dat zou onderzoek juist billijken.

    met hartelijke groet

    Frank Hemeltjen, Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland

    Frank Hemeltjen
  • Aangepast op 24 juni

    Beste Frank,

    Dank voor je reactie. Dit onderzoek richt zich op het 'erfgoed', en niet zozeer op de gemeenschap zelf , maar wel op de manier hoe het erfgoed gemeenschap het erfgoed in stand gehouden wordt in Nederland en de bijbehorende diaspora. Diaspora-erfgoed is veel meer onderhevig aan transnationale invloeden, dan bijvoorbeeld een lokaal erfgoed als de klompen, vandaar de dat diaspora centraal staat. De grootte van de etnische groep in nederland is dan ook niet van belang, omdat 1) het erfgoed het onderzoeksobject is (zes in totaal), 2) het netwerk transnationaal is. Nederland is dus niet de afbakening, maar de diasporalanden, daarom leent een 'twice-migration' zich uitermate goed hiervoor om het erfgoed in globale diaspora te bezien. Ook de gemeenschappen binnen die diaspora zullen dus geraadpleegd worden. Vandaar dus de keuze van het erfgoed van deze 'twice'migration-groepen en niet van een andere post-koloniale groep, zoals bijvoorbeeld Molukkers.

    Verder, de gekozen erfgoederen zijn niet tot nauwelijks eerder onderzocht. Ook de bijbehorende gemeenschappen zijn nog steeds in onderzoeken (zowel beleid- als wetenschappelijk) slechts beperkt onderzocht. Dat maken deze onderzoekspopulatie van belang.

    Tot slot, dit onderzoek gaat niet over de belevingswereld van de migrantengroepen. Hun erfgoed bestaat. Al decennialang. De netwerken ook. De kennis en de netwerken uit dit onderzoek zullen worden ontsloten voor het bestaande culturele veld, zodat hopelijk deze in diversiteit zal toenemen.

    Hartelijke groet,

    Jaswina

    Jaswina Elahi
  • Dear Jaswina,

    Thanks for your initiative on diaspora heritage. I'm Yan Zhou, currently a PhD researcher at TU Delft. My research focuses on the community participation of Chinese diaspora heritage in the Netherlands.

    As we have discussed in the previous meetings, I agree that in heritage research, the branch of diaspora heritage has not yet been fully investigated. The gaps are not only lies in the definition of diaspora heritage and its heritage communities, but also the different types of heritage forms created by the diaspora, either intangible, movable, or related the construction and use of the built environment. I'm impressed by your selection of Chinese indonesian in the Netherlands. This matches my research interest and knowledge. Would be nice if we can collaborate on this specific diaspora group, and look forward to further communication with your research team.

    Regarding the research design, I think the selection of participants might need standards and range. My question therefore is how are you going to select the participants? For example, are you considering all the three generations or only one? How do you consider the people you selected are indeed belong to the same heritage community, but not different subgroups? Some anchor points might be needed. Otherwise it would be too broad and biased.

    My research looks from a global perspective of diaspora's participatory heritage management. Part of my research is the classification of "heritage community" under the context of diaspora heritage, which will soon be published on the 2024 FARO Convention conference proceedings. I’d be happy to discuss with you and see if this framework can help you classify the different diaspora types and the related heritage community. My literature review have also tracked the factors of diaspora's participation from a global perspective. Considering using this factor framework to further investigate the situations of Chinese diaspora in the Netherlands, it would also be nice to compare in other diaspora groups in the Netherlands, so that we can have a view of the similarities and differences between Dutch & global context, and between different diaspora groups.

    Look forward to discuss with you in the following meetings.

    Best regards,

    Yan Zhou

    Yan Zhou
  • Dear Yan,

    Thank you for your reaction. I would love to work with you regarding the conceptual exploration of 'diaspora heritage communities'. As for your questions about the selection of the participants. I already spoke with the experts who are part of the communities and trying for decades to bring the cultural heritage of the communities to the foreground in the Netherlands. They also know the people around the the heritage (artists, practioners, organizers). In this way I will know that the people who will be selected for the sessions are indeed belong to the same heritage community, and not to different subgroups. I will thus not work with 'generations' but with active members of the heritage communitie who are involved with the heritage.

    I hope this has answered your questions.

    Jaswina

    Jaswina Elahi
  • Beste Jaswina,

    Ontzettend belangrijk dat er onderzoek verricht wordt naar deze ondervertegenwoordigde diasporagroepen in het culturele veld. Ik ben ook erg benieuwd naar de verscheidenheid in de manieren waarop deze diaspora erfgoedgemeenschappen zelf hun erfgoed beoefenen. Er zijn binnen die erfgoedgemeenschappen natuurlijk ook hedendaagse kunstenaars, cultureel-maatschappelijke platforms zoals PAC en andere (jongere) generaties en subgroepen die op hun eigen manier met datzelfde gedeelde erfgoed omgaan of zelf nog beoefenen.

    Meer kennis en inzicht over welke vormen, praktijken en netwerken zich binnen deze diaspora erfgoedgemeenschappen voordoen kan veel deuren openen, ook voor samenwerkingen met erfgoedinstellingen en andere partijen om dit erfgoed ook te behouden en nog bekender te maken. Ik ben zeer benieuwd naar de uitkomsten van dit onderzoek. Bij PAC kijken we uit naar onze samenwerking binnen dit onderzoeksproject!

    Hartelijke groeten,
    Jessy Wong, Pan Asian Collective (PAC)

    Jessy Wong