Hoe doen we samen onderzoek naar koloniale verleden buitenplaatsen?

  • 20 mei
  • Machteld Linssen
  • 11
  • 538
Machteld Linssen
Prikbord 2024
  • Annemieke van der Vegt
  • Mieke Heurneman
  • Mieneke te Hennepe
  • Huib van Olden
  • Marianne de Rijke
  • Teatske de Jong
  • Hanna Pennock
  • Max Trommelen
  • Elise Meier
  • Marcel Heijmans
  • Manuela Hoepman
  • Floor Vierenhalm
  • Max Cremer

Dit is een initiatief van: de Nederlandse Kastelenstichting
Contactpersonen: Johanna van der Werff en Manuela Hoepman – info@kastelen.nl

Aanleiding en doel

Nederland kende in de 17e en 18e eeuw vele honderden buitenplaatsen*, verspreid over het hele land. Gebouwd als buitenhuis voor welgestelde regenten en kooplieden, die zodoende in de zomer de stad konden ontvluchten. Behalve als zomerverblijf fungeerde de buitenplaats voor de heersende klasse dikwijls als een manier om macht en rijkdom te etaleren. Naast buitenplaatsen waren er tal van landgoederen in bezit van adellijke families.

Hedendaagse vragen over het verleden van buitenplaatsen

De geschiedenis van buitenplaatsen is veelal geschreven vanuit de generaties die er woonden en hun vaak wijdvertakte netwerken. Anno nu blijken steeds meer bezoekers van de opengestelde buitenplaatsen op zoek naar duiding van het verleden vanuit andere perspectieven. Regelmatig worden vragen gesteld over de koloniale periode en over de herkomst van objecten en goederen of de verbeelding ervan op schilderijen. Veel museale collecties en de opzet van de parken geven aanleiding voor die vragen. Om deze en andere vragen op een evenwichtige manier te beantwoorden, is het van belang dat ook andere perspectieven, zoals die van de voormalige koloniën, worden meegenomen.

Hoe zorg je dat de talrijke andere perspectieven tot hun recht komen? Hoe kom je tot een constructieve dialoog met de verschillende betrokkenen bij kastelen en buitenplaatsen? Het blijkt voor veel individuele buitenplaatsen en landgoederen een zoektocht naar een aanpak die recht doet aan een inclusief perspectief en die participatief kan worden aangegaan. De Nederlandse Kastelenstichting wil de betrokken instellingen helpen om antwoorden te vinden vanuit een brede en inclusieve context en aanpak.

Inhoudelijke en participatieve dialoog nodig

De Nederlandse Kastelenstichting wil met dit initiatief een inhoudelijke en participatieve dialoog stimuleren en faciliteren. Niet alleen met bezoekers en met de vele vrijwilligers die op buitenplaatsen en landgoederen actief zijn en met vragen zitten, maar tevens met nazaten van eigenaren en nazaten van bij kolonialisme betrokkenen en tot slaafgemaakten. Zo kunnen nieuwe betekenislagen worden toegevoegd aan het bestaande verhaal over kastelen en buitenplaatsen. Juist om het thema vanuit diverse invalshoeken te benaderen en onderzoeken, gaat de Nederlandse Kastelenstichting graag de verbinding aan met vertegenwoordigers van andere perspectieven om nieuw en ander licht op de thematiek te laten schijnen en daaraan recht te doen. Met het project willen we verkennen hoe we de rol van buitenplaatsen in relatie tot de koloniale geschiedenis het beste open en inclusief kunnen onderzoeken, zowel vanuit alle perspectieven als met gebruikmaking van alle mogelijke kennisbronnen.

Doel

Doel is om te komen tot een gedeelde en onderschreven aanpak voor onderzoek naar deze periode en een structurele verbreding en diversifiëring van het netwerk van betrokkenen bij kastelen en buitenplaatsen, teneinde die methodiek vervolgens aan de praktijk van meerdere participerende kastelen en buitenplaatsen te kunnen toetsen. Het resultaat kan mede als vliegwiel dienen voor verdere stappen in dit proces van herwaardering en herijking van de relatie tussen de ontstaansgeschiedenis, cultuur en praktijk op kastelen en buitenplaatsen en het koloniale verleden. De Nederlandse Kastelenstichting wil daarin graag als trekker een initiërende functie vervullen.

Onderzoeksaanpak en onderzoeksvragen

De opzet van het project, de aanpak van het onderzoek en de onderzoeksvragen liggen nog niet vast. Die werken we graag samen verder uit met andere partners.

De Nederlandse Kastelenstichting denkt zelf aan onderzoeksvragen als:

  • welke rol speelden (eigenaren van) buitenplaatsen in de koloniale tijd?
  • hoe werden inkomsten uit de handel en andere “koloniale” inkomstenbronnen aangewend voor de bouw of verfraaiing van buitenplaatsen en hun omliggende tuinen?
  • was de rijkdom geconcentreerd in bepaalde gebieden, zoals in de buurt van belangrijke havens? (In Engeland concentreerde de rijkdom rond havensteden als Londen, Bristol en Liverpool). Of rondom Amsterdam waar de WIC en VOC hun ‘hoofdkantoor’ hadden?
  • welke sporen van het handelsverleden (in bouwstijl, in decoratie, inventaris, in tuin- en parkaanleg, etc.) zijn terug te vinden op buitenplaatsen?
  • waren de Nederlandse buitenplaatseigenaren puur afnemers of floreerden ze ook dankzij de invoer van de producten?

Samenwerkingen

De Nederlandse Kastelenstichting wil het onderzoek naar de relatie tussen het koloniale verleden en de buitenplaatscultuur inclusief verrichten. Dat betekent het vanuit een breed en inclusief perspectief verzamelen van informatie (denk aan citizen science), interpreteren en delen met burgers en belangstellenden. Zowel in Nederland als mogelijk ook in de voormalige koloniën. Het participatief betrekken van alle betrokken groepen (onder meer nazaten van plantagehouders en nazaten van slaafgemaakten), huidige eigenaren van buitenplaatsen, conservatoren van huizen met een (mogelijk) koloniaal verleden, archiefmedewerkers, heemkunde- en historische kringen en onderzoekers aan universiteiten, is een vanzelfsprekende grondslag voor het onderzoek.

Uitnodiging tot samenwerking:

Allereerst geldt deze Prikbordoproep als uitnodiging aan een breed veld van betrokkenen bij de thematiek van buitenplaatsen in relatie tot het mogelijke koloniale verleden om samen met ons dit project verder vorm te geven.

Onderstaand hebben we diverse mogelijke samenwerkingspartners benoemd. Ook andere partners zijn uiteraard van harte welkom.

  • Nationale, regionale en lokale archieven in Nederland en in voormalige koloniën;
  • Universiteiten (inventarisatie van de stand van de wetenschap over dit thema);
  • Heemkundekringen en historische verenigingen;
  • Oral history;
  • Zo veel mogelijk museumkastelen/buitenplaatsen als Huis Doorn, Slot Zuylen, Kasteel Duivenvoorde, Het Loo, Kasteel Amerongen, de Fraeylemaborg, en kasteel De Haar. Deze lijst is een eerste vluchtige inventarisatie;
  • Eigenaren van particulier bewoonde buitenplaatsen en huidige gebruikers van buitenplaatsen zoals scholen, instellingen, kantoren;
  • De Ridderschappen;
  • ’s Lands Plantentuin (botanische tuin bij voormalig Batavia, inmiddels Kebun Raya Bogor bij Jakarta);
  • Consortium Koloniale collecties;
  • The Black Archives;
  • Rijksdienst Cultureel Erfgoed;
  • Musea bekennen kleur;
  • Museum van Loon;
  • Anderen.

* Alhoewel kastelen over het algemeen een vroegere bouwperiode kennen, is het verschil tussen een kasteel en een buitenplaats niet altijd eenvoudig aan te geven. Niet alle kastelen zijn ontstaan in de middeleeuwen en niet alle buitenplaatsen zijn in de 17e of 18e eeuw ontstaan. Bovendien evolueerden sommige kastelen naar buitenplaatsen. Waar in deze tekst ‘buitenplaatsen’ staat, kan het ook een kasteel zijn.

Foto: Kasteel Amerongen, RCE

Reacties

11 reacties, meest recent: 31 mei
  • Aangepast op 23 mei

    Beste Johanna van der Werff en Manuela Hoepman,

    Multatuli dacht er in zijn tijd zo over: "Mocht er soms onder m'n lezers 'n enkele zyn, die geen buitenplaats heeft, ik heb hem 'n aangename tyding mee te delen: de Buitens gaan de wereld uit! Weldra zal 't fondamenteel verschil tussen dezulken die zich mogen verheugen in 't bezit van zo'n ding, en de arme drommels wien dit genot ontzegd is, tot de oude Geschiedenis behoren. We zyn deze gelykmaking verschuldigd aan den Stoom". Multatuli – Idee 1236

    Ik ben al een lange tijd bezig om dit thema op de Utrechtse Heuvelrug te agenderen en te onderzoeken. Ondertussen heb ik een breed netwerk opgebouwd van mensen in onze omgeving die samenwerken om de koloniale en slavernijgeschiedenis in relatie tot de kastelen en buitenplaatsen te onderzoeken en te delen.

    Ik deel graag mijn expertise en netwerk en ik kom graag in contact.

    Met vriendelijke groet,

    Max Cremer
    mail@maxcremer.nl



    Max Cremer
  • Beste Johanna en Manuela,

    Ook ik zou graag aansluiten bij dit initiatief vanuit het Erfgoedhuis Zuid-Holland. Zo hebben we hier de Landgoederenzone als provinciale Erfgoedlijn. Dus betrek ons zeker als partner.

    Sowieso denk ik dat het goed zou zijn om landelijk een netwerk of platform te hebben zodat we onderling beter kunnen uitwisselen wat er al is/wordt gedaan. Zo zijn er veel goede voorbeelden van kunstenaars en nazaten m.b.t. het ontsluiten van nieuwe verhalen en verbeelding van het verleden, denk aan Draden van ons nationale slavernijverleden op Landgoed Amelisweerd, of Feeling the traces of the colonial past op Kasteel Cannenburgh, en zie ook Max Cremers reactie. Er loopt nu ook een verkenning vanuit de NWA Route 'Levend Verleden' die misschien aanknopingspunten biedt wat betreft de universiteiten.

    Met vriendelijke groet,

    Floor

    Floor Vierenhalm
  • Dag Max en Floor,

    Dank voor jullie reactie! Johanna en ik zijn op de Faro werk- en inspiratiedag op 18/6 bij de RCE aanwezig. Mochten jullie daar ook zijn, dan kunnen we kort kennismaken en een afspraak plannen. Indien niet aanwezig, dan graag een mail naar info@kastelen.nl. Dan neem ik z.s.m. contact met jullie op.

    Met hartelijke groet,

    Manuela Hoepman

    Manuela Hoepman
  • Beste Johanna en Manuela,

    Momenteel volg ik aan de Universiteit van Amsterdam de master Stadsgeschiedenis. In het kader van deze opleiding doe ik namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van februari t/m juni onderzoek naar het koloniale verleden van landgoed Marquette te Heemskerk. Ik word in het onderzoek begeleid door Eva Roëll en Sofia Lovegrove. Ook vanuit mijn bureau Studio Architectura ben ik al enkele jaren als architect-bouwhistoricus werkzaam op het landgoed. Na het lezen van het artikel 'Hoe doen we samen onderzoek naar het koloniale verleden van buitenplaatsen' lijkt het me waardevol om met jullie in contact te komen en van gedachten te wisselen.

    Hartelijke groet,

    Marcel Heijmans

    info@marcelheijmans.nl

    info@studioarchitectura.nl

    Marcel Heijmans
  • Beste Johanna en Manuela,

    Ik sluit me graag aan bij het project. Als kunsthistoricus en immaterieel erfgoed specialist ben ik al een tijd bezig met Max Cremer om een soortgelijk onderzoek te initiëren op de Utrechtse Heuvelrug, waarbij vooral de nadruk ligt op het participatief betrekken van allerlei stakeholders, nazaten en burgers.

    Ik probeer er ook te zijn op 18 juni!

    Vriendelijke groet,

    Elise Meier

    Erfgoed@emzovoort.nl

    Elise Meier
  • Beste Johanna en Manuela,

    Erg interessant project! Ik zou graag jullie erover spreken de 18e om van gedachten te wisselen.

    De combinatie van buitenplaatsen met Faro en publieksparticipatie spreekt me erg aan. Ik heb een master Cultuurgeschiedenis en Erfgoed van Universiteit Utrecht waarbij ik mijn eindonderzoek deed naar inclusie en diversiteit in historische huismusea en buitenplaatsen. Momenteel doe ik een onderzoeksstage bij de RCE in het kader van de master Applied Museum & Heritage Studies van de Reinwardt Academie. Mijn onderzoek bij de RCE gaat over het participatief waarderen (co-waarderen) van erfgoed volgens de Faro-gedachte.

    Hiernaast ben ik al een aantal jaren actief als publieksbegeleider en vrijwilliger bij digitale publieksopenstellingsprojecten bij Kasteel Amerongen. Belangrijk om even te noemen: ik plaats dit bericht op persoonlijke titel, niet als vertegenwoordiger van enig organisatie.

    Hopelijk spreek ik jullie de 18e!

    Vriendelijke groeten,

    Max Trommelen

    maxtrommelen@gmail.com

    Max Trommelen
  • In Museum Kennemerland hebben we onlangs een kleine presentatie aan de vaste presentatie, thema buitenplaatsen, toegevoegd waarin we in gaan op het slavernijverleden. Verder hebben we tot 15 juni een mini-expo over de Marrons in samenwerking met de stichting MaJong. De gemeente Beverwijk heeft al het voornemen voor een nader onderzoek en binnen het HGMK (Historisch Genootschap Midden Kennemerland) zijn er leden die alredelijk veel onderzoek naar de Beverwijkse kant hebben gedaan. Ik ga later dit jaar mijn taken daar neerleggen, maar draag ze over aan de nieuwe conswervator. Ik heb dit initiatief al bij haar neergelegd. Museum Kennemerland is zich zeer bewust van het feit dat we iets met deze kant van de buitenplaatsen moeten.

    Teatske de Jong
  • Beste Teatske, Ik heb de aankondiging in de kranten gelezen en kom graag binnenkort langs om de expo te bekijken. Is de mini expo van 15 juni ook later nog te bekijken? Hgr. Marcel Heijmans

    Marcel Heijmans

Trefwoorden